Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

— Ontzettend! ontzettend! ondragelijk!

— O, ik smeek je: huil niet!

— Ik huil niet, ik ben sterk.

— O, al 't lijden Ziekte, dood pijn, angst, ontbering ....

— En laster en diefstal en moord o, 't leven, 't

leven....

— Waarom zou 't toch zóó verschrikkelijk zijn?

— Ik weet 't niet. 't Is 'n leerschool, zeggen ze, 'n beproeving ....

— En goede menschen moeten evenzeer lijden als slechte.

— Dat is 't vreemde. Zijn wij slecht geweest?

— Neen, we waren 't niet....

Daar zeg je 't ware woord. We waren 't niet. Maar

na onze ontdekking! hoe ben ik toen veranderd.

— O God, en ik!

— O! daarna! toen hebben m'n vingers dikwijls gekrampt,

om 'n móórd te doen. Ik wou hèm vermoorden, haar Ik

ben na die tijd nooit meer dezelfde geweest.

— Ach, als je denkt, hoe we waren.. Nu ja, zorgeloos, egoïst, — ruw, nonchalant, — maar nooit één oogenblik hadden we 'n verkeerde gedachte.

— En we waren gelukkig....

— O! ja! hoe gelukkig waren we. We lachten en rumoerden de heele dag. Gelukkig!.... gelukkig waren we!

— Laten we ons daarin niet verdiepen. Dan kunnen we ons leven van nu niet meer uithouden.

— Neen. Toch moet je er wel eens aan denken, hoe

't was, vóór 't noodlot op je werd gegooid.

— Ja, 't was 'n noodlot. Waarvan we ons nooit meer kunnen bevrijden. Want....

— Stil. Spreek dat niet uit.

— Begrijp jij de engagementen van Emma en Leni Reneveld?

— Neen. Ze houden toch van Yvo van der Weyden.

— Zouden ze nog van 'm houden?

Sluiten