Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ENGELSCHE PRE-RAPHAËLIETEN

sctti op schilderen toe en ofschoon hij in den aanvang sterk den invloed van zijn leermeester onderging, wist hij zijn groote talenten tot iets zeer persoonlijks te ontwikkelen. Morris voelde zich van den beginne het meest tot de bouwkunst aangetrokken en hij was eenigen tijd leerling van den architect George Edmund Street. Morris huldigde niet alleen dezelfde beginselen als Rossetti, hij wilde zelfs meer. Hij was het, die in het Pre-Raphaëlitisme nog twee nieuwe factoren bracht, het decoratieve element en den terugkeer tot de gothiek, die nauw met elkander verbonden zijn. Als architekt voelde hij het ornament als noodzakelijk onderdeel. Hij wilde niet alleen de schoonheid van het schilderij aan den wand, maar hij wenschte het schilderij in een overeenkomstig schoone omgeving. Dus het huis, de kamer, het geheele interieur, het meubilair, de gebruiksvoorwerpen moesten aan zekere eischen voldoen. Het zou onjuist zijn niet te vermelden, dat ook de leden der oude P. R. B. reeds ontwerpen voor meubelen en gebruiksvoorwerpen hadden gemaakt. Hunt vertelt dit in hoofdstuk V van zijn standaardwerk en voegt erbij: »After this the rage for designing furniture was taken up by others of our circle until the fashion grew to importance«. Maar wat bij hen een aardige «Spielerei» was, groeide bij Morris en de zijnen, voortgekomen als het was uit noodzakelijke aesthetische levenseischen, uit tot een machtige invloedrijke beweging, waarvan Hunt de draagkracht nooit begrepen heeft. In deel II, p. 406, schrijft hij dat nu, in 1905, »the people are following another fashion again«, en: »it would seem, as tough the reform in this respect had no lasting value«. Integendeel, uit de ontwikkeling van dezen tak der Pre-Raphaëlietische kunst zal blijken dat ze, zonder overdrijving, den geheelen opbloei der kunstnijverheid in WestEuropa tegen het einde der 19de eeuw tengevolge had. Zeker, men kan de zaak ook anders beschouwen. Als reactie tegen de heerschappij der machine en in een natuurlijken afkeer van de kunstlooze fabrieksproducten van hun tijd, moesten er wel vroeg of laat overal kunstenaars opstaan, die weer schoonheid in het dagelijksoh leven wilden bren-

Sluiten