Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

— Wie gaat met mij? vroeg Kees. Lou, Paula en Kit sloten zich bij hem aan. Gerard nam Greet en Tilly mee. Stevig stappend gingen ze richting Muntplein, sloegen dan de Vijzelstraat in.

— Waarom gaf je Paula dat liedje? vroeg Greet wat ontstemd. — 'k Had het ook zoo graag gehad.

Gerard zag haar verbaasd aan. — Hoe heb ik het nou?

— Nu ja, verbeet zich Greet. Ze had geen behoefte aan repertoir, maar nu Paulaer iets in zag, vond zij 't beroerd, dat zij 't niet kon nemen.

Gerard begreep haar wel en lachte fijntjes. Aan de Nassaukade sloeg Greet rechts af, Gerard en Tilly gingen links.

— Hoe gaat het met Jo? vroeg Til, nadat ze een poosje zwijgend waren voortgegaan.

— Och, zoo, ze herhaalt zich nog maar niet. Als ze maar lust ergens in kreeg.

— Wat zijn jullie rare menschen, glimlachte Til. — Nee, laten we daarover niet verder praten. Met een paar dagen ben jij weg, dan is 't huis zoowat uitgestorven en kom ik haar es bezoeken. Met jou krijg ik toch maar ruzie. We kunnen het tegenwoordig niet meer eens worden.

— En dat spijt je?

— Och, wel nee, weerde Tilly af. Waarom zou 't me spijten? Gelukkig, dat ik er ben, voegde ze er aan toe — anders.... Nu, Gerard, doe haar vooreerst de groeten.... zal je?

— In orde, zei hij en stapte stevig door.

Nu hij z'n huis naderde, slopen alle bekommernissen weer

op hem aan en trager werd zijn gang. Verdraaid thuis

te komen ... en dan die kille eenzelvigheid van z'n vrouw ,.. t was erger dan wat ook.

Toen hij boven kwam, brandde er geen licht. Een oogenblik dacht hij, dat ze beneden was, maar in de schemer van 't raam werd hij een donkere gestalte waar.

— O, ben jij daar al? klonk het mat.

— Ja.... zooals je ziet. Gerard maakte licht. — Maar

Sluiten