Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DEN TWEESPRONG

om de bekleede leuning voor hem — hij wilde zijn kracht uiten, zijn wilde levenskracht.... En kort en luid gaf hij den chauffeur last stil te houden, zoodra de baai van Semarang was te overzien,

„Op den Gombel," veronderstelde de man.

„Juist!"

De wagen reed nog enkele minuten door, boog rond een steenrand een kromming van den weg in en werd tot staan gebracht voor de beruchte helling.

Koenen sprong uit den wagen, klom haastig op tegen den begroeiden aardwand op zij van den weg en vond ras een punt, waar het uitzicht geheel vrij was.

Daar lag de zeevlakte diep beneden hem. Zijn blik zocht in razend ongeduld langs de schepen voor anker, bleef zich hechten aan een stoomer met zwarten band om den bovenrand van de gele pijp, die uit het roet-zwart van een zware rookwolk te voorschijn kwam en koers zette naar de reê. Dat was de »Vondel« — daar was Mary!

Hij wuifde haar beeld toe, dat zijn verbeelding zich schiep; een lach trok om zijn mond onder de trillende neusvleugels, en met groote passen teruggaande de helling af, zei hij stil voor zich heen zijn overwinningsvreugde uit. „Nu zullen we eens zien, — nu zullen we eens zien!" „Madjoe! Vooruit maar!" beval hij luid, toen hij zijn plaats weer had ingenomen, en snel gleed de wagen omlaag, de vlakte tegemoet. Op den weg door het heuvelterrein kreeg hij uitzicht op de stad zelf: de kerkkoepel, het vierkante blok van het stadhuis, de hooge, witte vuurtoren aan den zeekant. Maar noch het een, noch het ander hield zijn aandacht gevangen. Zijn gansche denken ging naar haar, in wier voelen hij van moment tot moment andere mogelijkheden veronderstelde en weer verwierp tegenover de groote rustgevende idee, dat ze van hem hield, dat ze toch zou zijn van hem alleen.

Dan floot hij luchtigjes weg, als een die 't leven licht kan nemen.

De auto boog, neergekomen van de groote helling, links af en rende den breeden asphaltweg langs, recht op de

Sluiten