Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DEN TWEESPRONG

„Wat toen, Mary?" vroeg hij haar zacht, terwijl hij haar recht in de oogen keek.

„Je wilde zeggen dat je mij toen had uitgeschakeld, —

vergeten misschien wel Maar dat kon je toch niet

over de lippen krijgen, is 't niet zoo?"

Zij bleef hem aankijken, hulpeloos. Haar mondhoeken trilden, haar oogen vulden zich met tranen.

„Maak een eind aan dit onderhoud, Bob.... als je nog iets om me geeft, — maak er dan een eind aan!" smeekte ze fluisterend.

Hij had haar in zijn armen willen sluiten, — had haar zóó willen zeggen, dat hij haar liefhad, méér dan zijn leven. Maar de saterkop uit zijn droom-visioen was tusschen hen en zou tusschen hen blijven, wanneer hij op die manier doorging. Raak slaan moet je, — dat was haar eigen raad aan hem geweest! En zich verschikkend in zijn stoel, lei hij zijn arm op de schrijftafel, waarvan de hoek tusschen hen was en toen hij zijn aandoening was meester geworden, antwoordde hij met vaste stem:

„Nog iets van me zelf heb ik je te zeggen, — daarvoor ben ik gekomen. Hoor me aan, — zoo kalm als je kunt! Als ik je verteld heb, wat ik zeggen moét, ook in jou belang, — dan.... laat ik je.... alleen....! Vragen zal ik je niets meer, — antwoorden hoef je niet, — als je mij maar, één oogenblik nog, wilt aanhooren."

Zij knikte nauw merkbaar met het hoofd.

En terwijl elke zenuw in hem tot het uiterste was gespannen, stiet hij zijn woorden uit, waarbij zijn tot vuisten gebalde handen elk heftig gebaar bedwongen:

„Twee jaar geleden ben ik uit Holland gegaan — naar Indië.... en voor mijn vertrek ben ik drie keer op weg geweest naar jou toe.... om je te vragen met me mee te gaan, als mijn vrouw. Ik wist, dat je 't gedaan zou hebben zonder bedenken, — ook na onze verwijdering. Ik wist, hoeveel we, trots alles, van elkaar hielden, — zóóveel, dat ik een blijvende vervreemding van elkaar niet mogelijk .. . — niet denkbaar achtte.... Toch ben ik toen gegaan, — zonder afscheid, — zonder een enkel woord van jou, —

Sluiten