Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEO EN JULIA

wachten, dat zich aan het heele huis heeft meegedeeld, doet de stilte nog jagender zijn en het groote, halfduistere vertrek onmetelijker. Maurits verveelt zich blijkbaar, en als dikke zware kegelballen komen de woorden uit zijn groot rood hoofd door de ruimte gerold naar den zwijgenden vader. Ze klinken zeldzaam onwaarschijnlijk, vooral nu de maaltijd al zoo zéér tot het verleden behoort.

„Een plezierige fuif, vader, 't is goed geslaagd, 't is zeldzaam goed geslaagd!"

De vader hoort het niet; Maurits herhaalt zijn opmerking. Dan, plotseling, alsof hij iets bizonder ernstigs gaat behandelen, ziet hij op van zijn courant, hij zet zijn lorgnet af, en kijkt al te aandachtig den jongen aan.

„Je wou zeggen, dat het nogal goed gegaan is, meen ik. Ja ja, zeg maar dat het voortreffelijk is gegaan."

Maurits praat onverstoord door: „Wat aardig heeft van Fisenne uw toast beantwoord, ik vind het altijd zoo prettig hier in Oudenaerde, dat de politiek heelemaal buiten de persoonlijke verhoudingen blijft. Dat moet toch ook z'n gunstigen invloed hebben op de samenwerking in het college van B. en W. Ja, zoon diner is een goed ding, een goed ding."

De jonge man is er zich van bewust belangrijke zaken te zeggen, zijn vader te dienen van advies.

Mr. Lodewijk Uytenboogaert rukt driftig aan zijn krant, het ritselt in de holle kamer alsof hij met zeer vele couranten bezig was.

„Jij hebt de beminnelijke inzichten van de jeugd," zegt hij eindelijk, fijntjes; »uit den mond der zuigelingen hoort men de waarheid«. Waarlijk, de Heer van Fisenne heeft sierlijk gesproken." Dan, zich beheerschend, beseffend het vruchtelooze eener discussie:

„Weet je of Rutger nog t'huiskomt, vanavond?"

„Ik weet 't niet, hij praat nooit."

„Jullie zijn toch veel samen?"

„Och, d'r is niet met 'm te redeneeren. Hij interesseert zich nergens voor, van sport weet-ie niks af, 't zijn altijd maar weer de boeken, en nooit heeft-ie is tijd. 't Wordt wel eens vervelend."

Sluiten