Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEO EN JULIA

»Nog zie ik mij staan, met haar alleen op het leege bordes. De stemmen der anderen klonken vroolijk door de open deuren van de zaal. Plechtigheid was om ons heen, — maar ik voelde opeens een wanhopigen, dollen moed, om de gekste dingen te zeggen. Het was. alles zoo feestelijk en zoo ongewoon! En ik was angstig, dat ze weer weg zou gaan. „Agnes, zullen we samen trouwen later?" „Neen, lieve jongen," kwam het toen opeens, net zoo precies als Moeder altijd spreekt, „dat zal nooit gaan. Van je Moeders kant is het alles goed, zegt Mama, maar de Uytenboogaerts!... Neen, het kan niet." Toen was het of de heele wereld als een mallemolen om mij begon te draaien, en of ik zelf in een peillooze diepte zonk. „Ik heb niks leelijks bedoeld, hoor," zei nog het meisje. Moeder kwam kijken. >,Kinderen, gauw binnenkomen, het spel is alweer aan den gang."

»•.. .Maar daarna, in den nacht, is die verdooving weggegaan. Ik was alleen op mijn kamer, het venster was open, de maan maakte het helder als de dag. Ik had stekende Pijn, als was ik van binnen gewond; ik dorst niet raken aan mijn innerlijke schaamte en vernedering. Een nachtegaal zong, het waren heldere druppeltjes van klank in de roerlooze stilte.

»Het was of de dingen opeens een andere beteekenis voor mij kregen dan ze ooit hadden gehad. Binnen de stilte ging alles leven, ik hoorde de geluiden om mij heen, het gesjirp der krekels, het verre loeien van koeien als den roep van diepe horens. Ik legde mijn hand op mijn borst en voelde den tik van mijn hart. Vrijheid! Ik hoefde niet langer mijn gedachten te boeien. Er was iets in mij dat verachtelijk, dat aan Moeder verachtelijk was, iets dat de wetmatigheid verbrak, iets van een andere rij van voorvaderen, die mij geen plichten gebood. Maar wie, maar wat was Vader dan? Waaraan had hij zich gebonden, waarom ging hij in de stille oogenblikken, als Moeder weg was, zich uitklagen aan het klavier? Ik héb het nooit geweten. Als ik Moeder vroeg, zei ze strak: „vraag het Vader"; als ik Vader vroeg zei die altijd: „later, later kind!" Als ik zat in ons rijtuig, ^ alles boog, en alles lichtte zijn pet, en je mocht

Sluiten