Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

ging en aangrijpende verrukking, waarvan men even op adem moet komen, vóór men zich tot vertolken kon zetten, dat leek na haar te vroegen dood een onvruchtbare aandoening van weemoed geworden, te zwaar in hem wegend om tot een bevrijding ervan in kunst te kunnen geraken.

Dit was dan ook de beslissende reden om het verzoek van zijn dochters te weerstaan: zijn dreigende en van een afstand loerende onmacht dat te schilderen, wat hem het diepst ontroerde.

Ontroeringen waren een mooi ding, als men gelukkig was, als 't ware de polen waartusschen het vlakke alledagsleven zich bewoog, aandoeningen, die slechts vormen van geluk waren — hij dacht aan de ziekten van Reinier, zijn oudsten zoon, de telkens terugkeerende angina met vernielende koortsen, die telkens het kind geschokt hadden tot op zijn laatste levenskansen en den fel gevoerden strijd van hen, de ouders, om het kind te behouden. Was de jongen weer beter, dan hadden zij daar gestaan in hun tweeeenheid met den triomf, ieder den ander uit de oogen tegenlichtend. Waren ze zelfs gedurende de ziekte in dien altijd gemeenschappelijk gevoerden strijd diep te beklagen geweest?

— Geluk, geluk — murmelden zijn gedachten en ze stelden als altijd dat andere er tegenover, dat hem sinds veertien jaren niet meer verliet, veertien korte jaren bevangen

van eenzelfden bangen droom die vrouw, zijn eigen

vrouw die stierf, die vurig het leven begeerde en volijverig als een kind een schooltaak onderneemt, volvoerde wat ook de dokter wilde, overtuigd dat daar de belooning van te leven op volgen zou — om dan plotseling het verraad te voelen met verwonderde oogen, waarin de droefheid nog geen tijd kreeg te ontplooien, al gleden een paar tranen als eerste afgezanten op handen, die bleek werden, transparant, die het verraad eerder schenen te weten dan de rondtastende oogen, de oogen, die luisterden naar alles wat rondom stond in de kamer, naar de groote, zware pleegzuster vooral, wier bevroren vriendelijkheid zich plotseling splitste in een beducht voorhoofd, en een stereotypen lach, of was het een grijns, in elk geval een los ding, dat hing in een

Sluiten