Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

geleek, kon zij hem het best verdragen. Dan lachte zij, en schertste opgewekt, en amuseerde zich zelfs.... en was zoo vroolijk en welbespraakt, dat buitenstaanders haar moesten houden voor het gelukkigste meisje.

Maar.... als hij sentimenteel wer d.... en haar in zijn armen trok.... en zij warm en benauwd werd in zijn ongewenschte omhelzing, dan begon een wilde onrust in haar bloed te gloeien, en moest zij zich met alle kracht bedwingen, om hem niet van zich weg te duwen met een beleedigend woord.

Maar zij deed het nooit. Integendeel, ook zij sloeg haar arm om zijn hals, en kuste hem terug, en droomde zich intusschen ver van hem weg, in een oord, waar zij eenzaam zou zijn, en zou mogen schreien en gillen, en zich op den grond werpen in een acces van smart en drift....

Zij sloeg het rustige uiterlijk en de rustige houding van haar zuster Emma met benijding en bewondering gade.

Was deze uiterlijke kalmte de weerkaatsing van een innerlijke gesteldheid, en dus echt, — niet geveinsd?

Ja. Het was onmogelijk, dat Emma, dat welke vrouw ook, zóó valsch zou kunnen huichelen, zóó absoluut natuurlijk, zóó bedaard, en zóó altijd hetzelfde.

Maar wat verschafte Emma die heerlijke, innerlijke rust?

II

Op een avond kwam Leni opgewonden haar zusters kamer binnen.

Eenige gasten waren onverwacht gekomen; er was gedanst, geflirt; Leni had zichzelve in geanimeerdheid overtroffen, zij had grappige voordrachten gehouden, bekende

menschen geparodiëerd en nu allen, ook Alfred en

Jacques, vertrokken waren, voelde zij zich, alsof al haar zenuwen gespannen waren en trilden onder de beproeving van al te veel rumoer, van al te veel licht....

— Emma, Emma! riep zij onbeheerscht.

Sluiten