Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

— Wat is er? vroeg Emma verschrikt.

Haar zuster liet zich neervallen in een stoel, en lachte en huilde tegelijk; zij wrong zich de handen, en drukte haar hoofd in een kussen, zij zuchtte, en trappelde met de voeten, en riep met een vertwijfeld accent in haar stem:

— Ik houd 't niet uit. Ik kan 't niet uithouden Emma!

Emma.'

— Maar wat is er dan, kind?

— Emma.... ik heb 'n gevoel, of m'n brein wordt verschroeid .... Emma.... 't is me, of m'n hart met geweld

uit m'n lichaam wordt gescheurd Emma, help me....

Emma!

— Wat ben je overspannen, arm kind.... Leni brak uit in een hokkenden lach.

— Overspannen! lachte zij. Dat is 't begin. Dan wordt je zenuwziek.... en dan brengen ze je weg naar 'n krankzinnigengesticht!

— Leni! lach niet zoo ellendig! Leni! bedaar! ik wil je zoo niet hooren!

Leni bedaarde even plotseling, als zij plotseling in lachen was uitgebarsten.

Zij streek zich over het hoofd, en staarde voor zich uit met verdwaasde oogen.

— Wat mankeert me toch mompelde zij. Word ik

gek?

— Neen, neen, suste Emma, met overredende kracht, 't Is niets.... je bent wat opgewonden, je bent vanavond zoo

druk geweest. Wacht ik zal even wat ether voor je

halen.

Toen Emma terugkwam, vond zij Leni slap ineen gezonken in haar stoel; het kostte haar moeite, haar hoofd op te lichten en het glas te ledigen, dat Emma haar aan de lippen hield.

— Leni.... toe, kindje, word nu wat rustiger.... Er is toch niets.

— Niets! vlamde Leni op. Neen, er is ook niets. Er is alleen maar, dat 'n leven vernietigd wordt, zichzélf vernietigt. ... dat ik te gronde ga.

Sluiten