Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AVONTUURLIJKE JEUGD VAN LAUZUN

de walmende en smookende lamp met behulp waarvan hij, bij gebrek aan kaarsen, zijn studeerkamertje verlichtte. Gelukkig had hij een aangenaam voorkomen; 't duurde niet lang of eene dame van welgestelden huize gewaardigde zich, hem met een aanmoedigenden blik te vereeren. Ze kocht nieuwe kleeren voor hem, voorzag in zijn behoeften, stond hem met haar invloed ter zijde. Dat was de aanvang van Gramont's luisterrijke carrière. Bij 't herdenken van dien reeds verren tijd glimlachte hij vergenoegd, een ietsje schalks, zonder wroeging en zonder schaamte. Waarom zou hij dat verleden hebben betreurd? Zoo kwamen immers elk jaar heele benden jonge edellieden uit de provincie aangezwermd, van geldmiddelen ontbloot, zonder beroep en zelfs zonder kennis om in de wereld vooruit te komen. Gedurende ettelijke dagen versleten ze hun schoenzolen op de straatsteenen van Parijs, op den dool in de groote stad, verstrikt in hare verwarrende verhoudingen, totdat, vroeg of laat, een medelijdend familielid of, wat vaker voorkwam, eene of andere welwillende dame zich hunner ontfermde.

En niemand stoorde er zich aan of ergerde er zich over: wie zou er bezwaar in gezien hebben, wanneer een jonge, frissche ridder, «un monsieur de bel air», zich door eene beminnelijke en de jeugd genegen schoone onder haar bescherming liet nemen, dewelke dan verder voor zijn levensonderhoud en het noodige zakgeld zorgde? Indien we den Venetiaanschen diplomaat Primo Visconti mogen gelooven, waren er te Parijs meer dan twintigduizend edellieden, die, geen duit bezittende, van het spel, van de vrouwen of van «industrie» leefden.

Gramont blikt den feilen snaak nieuwsgierig en met goedgunstige belangstelling aan. Zou die jonge Gasconjer 't ooit wel zoo ver weten te brengen als hij, die beloofd heeft over hem te waken en hem nuttige lessen voor te spellen? Hij mocht gerust zijn: thans weten wij wat Gramont op datzelfde oogenblik niet kon voorzien, noch zelfs vermoeden: dat het iets of wat beteuterd, alhoewel zenuwachtig-levendig en slim achterneefje, dat vol deemoed wachtte en hem de

Sluiten