Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AVONTUURLIJKE JEUGD VAN LAUZUN

een der in bont-marmeren bekkens blij neerspuitende fonteinen, welke er het sieraad van waren, dat Puyguilhem de eer had met den koning zelf kennis te maken. Hij viel dadelijk in den smaak van den vorst; hij behaagde ook aan heel het jong gezelschap, dat zich rond den koning beijverde. Zijn aangeboren geestigheid, het ongemeen-hoofsche en aanminnige van zijn manieren, de raakheid van zijn woord namen de terughoudendsten voor hem in; hij schertste onverpoosd, nu eens scherp-ironisch, dan weer guitigblageerend; hij vleide zonder bescheidenheid wie hij voor zich had; hij kon coquetteeren met evenveel schaamteloosheid als list; hij verwaarloosde niets om zich op den voorgrond te dringen; hij onthield geen vrouw de hulde waarop zij aanspraak maakte; voor veler voeten kroop hij, nederig in schijn en, naar hij zegde, zalig en opgetogen, heel en al koelheid naar binnen en van zichzelven zeker; hij was onvermoeibaar.

Na korten tijd maakte hij deel uit van de intieme kliek van den koning en werd hij voor al de feesten, uitstappen, reizen welke van het Hof uitgingen, gevraagd; Gramont mocht over zijn pleegzoon tevreden zijn, en lang zou 't niet duren of Guiches zou voor hem nagunst beginnen te gevoelen,

We zullen nog veel bij Lauzun te beknibbelen hebben; laten we vooraf zeggen, dat hij allesbehalve een ondankbare bleek te zijn. Nooit zal hij vergeten wat hij aan de gastvrijheid van zijn familielid verschuldigd is. Waar hij niemand spaart en het waagt iedereen den voet dwars te zetten, zelfs de machtigsten te tarten en te bekampen, zal hij altijd den ouden Maréchal ontzien, hem eerbiedig, schier met een ontzag, dat soms op vrees gelijkt, bejegenen, ook al toont de oude hertog zich niet steeds even lieftallig voor hem. Nooit heeft een Gramont te vergeefs Lauzun's steun ingeroepen: tegenover al die jeugdvriendjes en vriendinnetjes, met wie hij in den familiekring van zijn beschermer opgegroeid is, heeft hij zich altijd verkleefd en gedienstig getoond. Of deze bij nem zoo zeldzaam voorkomende verknochtheid alleen erkentelijkheid beteekent? Of ook de

Sluiten