Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AVONTUURLIJKE JEUGD VAN LAUZUN

ring van Lodewijk XIV is de eene veldtocht op den anderen gevolgd. In 1655 reeds treffen we Puyguilhem als kapitein bij het Gramont-regiment aan, drie jaar later als kolonel bij de vreemde dragonders van den koning, terwijl kort daarop zijn vader ten zijnen gunste afstand zou doen van zijn ambt en titel van kapitein des «becs a corbin». Deze overdracht van titel en rang geschiedde trouwens op een oogenblik waarop het den ouden edelman bizonder geraadzaam toescheen het aanzien van zijn familie te verhoogen, vermits hij een tweede van zijn kinderen, dezen keer een dochter, Diane-Charlotte, naar het Hof afvaardigde, voor wie een andere bloedverwante, de gravin de Fleix, een post van eeredame bij de koningin-moeder had weten te bemachtigen. Den Gasconschen edelman had de snelle vooruitgang van zijn zoon niet ongevoelig gelaten; ook was het hem ter ooren gekomen hoe deze de vriendschap van den koning bezat, evenals die van den kardinaal, hoe hij voor een dapper soldaat van groote toekomst doorging; thans hoopte hij dat ook zijn dochter een gunstig lot te wachten stond. Puyguilhem stak zijn zuster dadelijk de hand toe; het kwam er niet zoozeer op aan haar een stoeltje in het paleis te bezorgen dan haar aan een geschikten echtgenoot te helpen, wat toenmalig beteekende: een zeer gegoeden en niet te strengen gemaal. Lang zouden zij op de voortreffelijke partij niet hoeven te wachten: reeds in 1663 huwde Diane den graaf van Nogent, Armand de Bautin, denzelfde die zich niet ontzien had, om haar te bezitten, een harer aanbidders, wiens mededinging hij vreesde, ad patres te zenden, na hem in een hindelaag te hebben gelokt. Alhoewel niet van ouden adel, was Nogent een gezien en vermogend man. Hunne verbintenis viel goed uit, op den koop toe; ze haatten elkander niet, en toen, in 1672, de graaf in den oorlog sneuvelde, besloot Diane tot aan haar stervensuur den rouw der ontroostbare weduwen te dragen. Na den dood van haar gemaal zou ze zich meer dan ooit aan haar broeder hechten en wanneer de kwade dagen voor hem zullen aanbreken, zullen wij haar dapper en verkleefd aan zijne zijde vinden, onvermoeid voor hem in de weer, alles aandurvend om hem te redden, zij alleen trouw, wanneer allen hem in den steek laten.

Sluiten