Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

Ze stribbelde niet meer tegen. Hij leidde baar naar bed, bielp haar ontkleeden, stopte haar lekkertjes in.

— O, Gerard, mag ik hier heusch nog liggen?

— Arme, geplaagde ziel, mompelde hij — wat moet ze geleden hebben!

— Zeker, zeker, knikte hij en hield h'r hand vast tot ze sliep.

Toen Gerard uit 't Alhambra terugkwam, zat Coba bij Jo aan 't bed.

— Ze is niks rustig, fluisterde 't kleine vrouwtje. — Ze heeft erge koorts en ijlt voortdurend, praat over u, over Bep en de andere kinderen, over Sonja en Tilly — dan lacht ze.... o, zoo schrikkelijk schel en wil ze drinken.

Gerard staarde op zijn vrouwtje neer. 't Gezicht gloeide als vuur. Onrustig woelde ze rond en kreunde van pijn.

— De dokter moet maar komen, en Coba knikte, dat zij ook zoo dacht. — Ze heeft zoo geleden, 't arme mensch en meewarig schudde ze 't smalle vogelkopje.

De dokter kwam spoedig, zette een bedenkelijk gezicht.

— Ernstig? vroeg Gerard met schier toonlooze stem.

— Ik vrees, dat 't op 't kantje zal gaan. Ze is zwaar ziek. Hij krabbelde een recept. — Laat dit nog even klaar maken. Morgenochtend kom ik tijdig terug.

Gerard bleef alleen achter. Hij zette zich aan 't bed neder en beschouwde de zieke, wier trekken zich verwrongen als in hevige pijn. Koorts had ze nog altijd, felle koorts, en die scheen nog te stijgen. Onrustiger woelde Jo rond, richtte zich somwijlen half op, liet zich met een kreun weer vallen. Onverstaanbare klanken borrelden van haar droge lippen en daartusschen schalde bij poozen een harde lach, o zoo hard en schel. Haar blikken waren wild en ze herkende hem niet, zijn berustigende woordjes drongen niet tot haar door. Plotseling werd ze soms angstig, dan wilden h'r oogen uit de kassen springen, ze wrong zich op, sloeg rond zich neer denkbare belagers.

Sluiten