Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELSCHE BOEKEN VAN HEDEN

gedistingeerden Byron zocht hij echter wel en de historische ontmoeting tusschen deze twee vond plaats ten huize van Murray, in een vertrek dat heden ten dage nog bestaat en ook nog door de firma Murray in Albemarle Street 50 bewoond wordt. Hij wist een wit voetje bij den »Regent« te krijgen en werd hierdoor in den adelstand verheven. Hij flirtte met de Prinses van Wales en had zijn zin erop gezet om Goethe te ontmoeten, maar op de terugreis van Malta vernam hij dat de dichter inmiddels was overleden en daarom ging hij via ons land h^jstoe. In ons land is hij tweemaal geweest en wel in 1813, op reis naar Parijs via Harwich-Hellevoetsluis, en vlak voor zijn dood, toen hij over Nijmegen terugreisde. In die plaats kreeg hij de vierde beroerte en kort daarop maakte een vijfde attaque een eind aan dit werkzaam leven.

Het komt ons voor dat Carswell over Scott wel wat al te hard oordeelt; o.i. was Scott lichtvaardig, bovendien stelde hij een groot vertrouwen in John Ballantyne, die dat echter beschaamde. Zijn geste echter om zijn eigen drukker en uitgever te zijn, is onder geen omstandigheden goed te praten en Carswell's kritiek op dit punt is volkomen gerechtvaardigd.

Het tweede hoofdstuk van het boek wordt ingenomen door James Hogg, een Schotschen bard, die ook op het gebied van balladen een zekere vermaardheid verkreeg en die met Scott bevriend is geweest. Hij was eigenlijk schaapherder van beroep en werd door Scott allerminst op snob-achtige wijze behandeld. Het derde hoofdstuk is gewijd aan James Gibson Lockhart, ook al een letterkundige, die huwde met Scott's dochter Sophia, en ten slotte vinden wij in Hoofdstuk IV eenige bijzonderheden over Joanna Baillie, een schrijfster, die eveneens met Scott zeer bevriend is geweest. Al is Carswell wat fel, zijn werk is van bijzondere beteekenis, vooral ook omdat hij — volgens hem — zonder aanzien des persoons en zonder overdaad van »de mortuis nil nisi bene« zijn kritiek uitoefent.

In deze dagen van Radio-deining is het misschien wel op zijn plaats om »Mental Radio« van Upton Sinclair aan de orde te stellen (Werner Laurie, 8l/2 shilling). Sinclair is voor de lezers van deze rubriek geen onbekende, menigen roman van hem hebben wij hier ter plaatse besproken. Het boek is gedeeltelijk biografisch van aard, wij krijgen een en ander te hooren over de echtgenoote van dezen Amerikaanschen schrijver, een vrouw die zeer «telepathisch» is aangelegd. Mary Craig Sinclair merkte reeds in haar prille jeugd, dat zij over een soort zesde zintuig beschikte. Haar man noemt dat «mental radio» en zijn verklaringen voor de vreemde gebeurtenissen, die hier opgeteekend zijn, doen zeer logisch aan. Wij hebben echter één bezwaar tegen het boek: het is veel te ver uitgesponnen; tot vervelens toe vervalt de schrijver in herhalingen en herkauwingen. Bovendien zijn de

Sluiten