Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELSCHE BOEKEN VAN HEDEN

komst is, dat door den ouden heer niet erkend wordt. Maar de Kerk brengt uitkomst. Father Bailey weet een uitweg uit deze impasse en het buitenbeentje wordt door den rijken vader in een flat gezet met een nurse en een paar bedienden, en groeit daar op. Als bakvischje komt het meisje bij de familie Ffloyd terug; haar moeder, die inmiddels aan eenige kinderen van Ffloyd het leven heeft geschonken, is intusschen overleden en de oude heer is hertrouwd met een oude, zure nicht. Natuurlijk moet Stella nu in het echte geloof worden groot gebracht en bidstonde volgt op bidstonde, catechisatie op catechisatie. Bij Stella zit het echter niet diep en als zij ten slotte den man van haar keus tegenkomt, werpt zij het geloof weg als een ouden schoen. Zoo gaat het ook met een van Ffloyd's eigen dochters, die notabene eerst non had willen worden. De groote charme van dit boek ligt in de teekening der kinderen, in hun prille jeugd, de verdere onwikkeling van hun karakters en hun uiteindelijke beslissingen voor hun leven. Miss Delafield heeft hier zeer knap Werk geleverd; haar roman steekt mijlenver boven de middenmaat uit.

F. E. Mills Young werd in deze rubriek meermalen genoemd. Zij is bijzonder goed thuis in Zuid-Afrika en het meerendeel van haar romans speelt dan ook in dat land. Zoo ook »Penny Rose« (Lane. Patrick Driscoll, een Engelschman van middelbaren leeftijd, heeft een farm in het binnenland van de Kaap en gaat huistoe om een vrouwtje te zoeken; hij moet geen vrouw uit Zuid-Afrika hebben, die zijn hem te forsch en te heerschzuchtig. Hij zoekt zich een «English Rose», een van die wilde rozen, die aan heggen groeien en in Penny Rose meent hij de ware fee te hebben gevonden. In het begin gaat alles goed, maar als het jonge vrouwtje merkt, dat bij hem eerst de farm komt, dan een heele tijd niets en dan zij pas, als zij hem attrapeert op een flirtpartij met de dochter van een buurman, dan gaat zij terug naar «Home sweet Home» en hoewel met Driscoll getrouwd, trekt zij naar de hoeve van een jeugdvriend en merkt dan, dat de

ware liefde nu pas is gekomen. Vivian Gordon voert ons in »Rumfy« (Blackwood) naar Thursday Island, aan de Noordkust van Australië. Daar woont een raar mengelmoes van mislukkingen en drankzuchtigen. In de da gen van voorheen behoefde men geen peilingen meer te nemen onder de vaart; wanneer men een stroom leege jeneverflesschen tegenkwam met A. V. H. erop, dan wist men dat »Thirsty Island«, zooals het gekscherenderwijs genoemd werd, niet ver meer kon zijn. Gordon heeft op onderhoudende wijze een beeld gegeven van wat in de pioniersdagen in het Noorden van Australië te koop was, en zijn «held» Reginald Humphrey Potts, in de wandeling genaamd »Rumfy«, zal de harten van vele lezers veroveren.

Sluiten