Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

stemmen. Amke zet voor de knechts vijf groote witte koppen neer. Alleen Kees, de jongste, die niet heelemaal snik heet te zijn, steekt er zijn harige, aapachtige handen naar uit en slurpt op zijn gemak en duidelijk 'hoorbaar van dat lekkere zoete bakkie troost, dat hem van top tot teen met een behaaglijke warmte doorgloeit. Onverschillig voor al die drukte, of ze hem geen zier aangaat, leunt Koen, Amke's oudste stiefbroer, tegen de vitrine. Zijn oogen droomen weg van een lijvig boek, dat hij in zijn handen houdt, naar de portiek en de straat.

„Wat een vervloekt weer," zegt hij, als hij Amke naast zich voelt.

„De donkere dagen zijn er, om de lichte beter te leeren waardeeren," spot ze.

„En dan te bedenken, dat je maar een paar dagen behoeft te sporen om een blauwe lucht boven je hoofd en een beetje warmte om je lichaam te hebben."

„Waar wou je nou es graag naar toe?" vraagt Amke met een gezicht, of ze het zoo maar voor het zeggen heeft.

Koen kijkt naar de straat, die plotseling door een hevige kletterbui van voorbijgangers wordt schoongeveegd.

„Naar het land van dien nieuwen vriend van Paul. Dat beroerde klimaat van ons!"

„Heeft Paul een nieuwen vriend?" vraagt Amke zonder veel werkelijke belangstelling.

„Hij kwam er op een avond op de whistclub mee voor den dag. 't Is een Italiaan, zoo kaal als een rat, maar intelligent en geestig."

,,In plaats van veel geld en veel bluf," spot Amke. „Dat weegt bij jullie toch wel tegen elkaar op. — Kom," tracht ze hem uit zijn miezerigheid op te wekken, „ik zal je boven tracteeren op een kop sterke koffie, en ga dan naar kantoor, Vader heeft behoefte aan je illuster gezelschap."

„Brrr," griezelt de jonge man, en hij griezelt zoowel van de koffie als van het werk, dat hem wacht. Koen griezelt van veel dingen op het ondermaansche. Om zijn zwakke gezondheid is hij in zijn jeugd altijd ontzien. Nu, op 24-jarigen leeftijd, is hij opgegroeid tot een bleek, eenigszins verwijfd,

Sluiten