Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

moeilijk aan het lachen te krijgen, denkt ze. Hoe verschilt ze van Frank. Ze glimlacht om een herinnering. Op een zomermorgen is hij van uitbundige pret op een hollen duinweg met fiets en al omgerold. Lodewijk is te dikhuidig, denkt ze, op haar beurt geërgerd; alleen onder heeren kwam hij los, als de dikke Wolfshof dubbelzinnigheden debiteerde.

„Den heelen morgen zeg je niets. En als je je mond open doet, is het niet veel zaaks. Praat over iets verstandigs."

Nu piekert Amke zich suf over iets verstandigs. In gezelschap van anderen behoeft ze nooit naar stof voor een gesprek te zoeken; met Lodewijk is ze zoo uitgepraat, öf hij prikkelt haar tot het zeggen van flauwiteiten. Het slot van bijna elk samenzijn is, dat zijn weloverwogen correctheid haar ophitst en de pijnlijke brok in haar keel zich lijkt vast te zetten op haar borst.

Amke is blij, als ze den Singel achter zich laten en den hoek omslaan naar een zonnigen verkeersweg, breed en druk als een Parijsche boulevard. Aan de eene zijde ligt, door een sloot er van gescheiden, als een frissche oase in de stratenwoestijn, de openheid van een uitgestrekt weiland. Er is een koe in de sloot geraakt; ze staat onbeweeglijk, als een badende karbouw in een kali. Af en toe beweegt ze even den grooten kop en loeit klagend. Een groepje nieuwsgierigen staat er naar te kijken. Amke had er zich graag even tusschen gevoegd, zoo'n interessant intermezzo had ze niet eiken Zondag. Maar ze steken den weg al over naar het groote restaurant, waar Lodewijk zijn stamtafel heeft en al zijn vrienden kan ontmoeten, en waar Amke haar traditioneele zitje kan nemen.

In de serre, waarin ze alleen achterblijft, is een gedempt, bleekgroen licht, als in een aquarium. Van de met eikenhout beschoten zoldering hangen bakken met bloeiende ampelplanten neer. Er is toch wel een prettige sfeer, moet Amke bekennen, en ze wil opstaan om een paar tijdschriften van de leestafel te halen. Maar ineens, als een plotseling in haar ziel opkomende nevel, zijgt een algemeene lusteloosheid over haar. Ze vreest deze depressies, waarin

Sluiten