Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

zijn gezicht. Daarop verschijnt weer zijn oude glimlach van charmeur. Met een hoffelijk gebaar noodigt hij haar, naar het bond aan den muur te gaan en er de vervoeging van een onregelmatig werkwoord op te schrijven. Amke aarzelt, ze is er dezen avond niet heelemaal in.

„Je hebt een fout gemaakt."

„Ik geloof van niet."

„Ik geloof van wel. Wedden om vijf kussen?"

„Ik wed niet om onzin." Het avontuur, het grandioze, boet meer en meer van zijn bekoring in.

„Bang kindje," zegt hij met zijn vleiendste stem, „hou je niet een heel klein beetje van me?" Hij boezemt haar opeens een hevigen afkeer in,

„Nee," zegt ze, zich los makend, „van jou niet en van niemand,"

„Van niemand? Dat zal Lodewijk wel prettig vinden,"

Het noemen van Lodewijk's naam in deze situatie maakt haar zóó driftig, dat ze haar goed van den kapstok grist en meteen de kamer uit is.

Alles is een kwestie van tijd, plaats en omstandigheden. Was Ferrati minder bruusk opgetreden, had hij het goede oogenblik afgewacht, misschien was het hem gelukt, Amke in eenzelfde net te wikkelen als waarin ze nu gevangen zit. Misschien ook niet, misschien had haar gevoel zuiverder het echte van het onechte leeren onderscheiden. In elk geval kijkt Ferrati nu een beetje onthutst naar de deur, als verwacht hij, dat ze zich nog bedenken zal en terug zal keeren. Dan werpt hij met een smalend lachje, waar toch iets wrangs in is, haar boeken één voor één op de tafel.

Jammer hoor, maar. ... zij niet.... voor haar tien anderen!

Plotseling is het weer omgeslagen. Na een tijd van onnatuurlijke vochtigheid en kou volgt een periode van buitengewone warmte en droogte. Hebben het gras en het graan eerst bijna staan rotten, nu verschroeit de zon het koren en is het gras hooi vóór het maaien. — Amke logeert al meer dan een week bij Cor en Johan in Amsterdam.

Sluiten