Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

hem doorgedrongen, dat hij weer een geheelen dag in de duinen van Meyendel met zijn schetsboek kon ronddwalen en niets van de oude zwaarmoedigheid voelen opkomen. Integendeel, de blonde natuur daar, had hem in een hoopvolle stemming gebracht. Zoo was langzamerhand een sfeer teruggekeerd als in zijn jeugd na zijn academietijd, wanneer hij, jong schilder, er op uittrok met zijn kist.

Spoedig zouden de kinderen weer thuis zijn; dan kwam de splitsing tusschen kunstenaar-zich-voelen, vrij man zijn en het zware neerdrukkende bedrijf van vaderschap en gezinshoofd.

Verstandelijk had hij zijn celibaat immer verdedigd, vooral tegenover zijn schoonzusters, die de laatste jaren telkens er op aandrongen, dat hij toch hertrouwen moest. Zij meenden het zoo goed met hem, Marie en Celine, Marie, wier huis voor de kinderen alle vacanties openstond, Celine, die hem juffrouw van Heusden had bezorgd. Een meisje, had ze toegelicht, waar ik zooveel achting voor heb, dat ik haar Anna's plaats voor de kinderen het allerliefst zie innemen; een betere steun, Henri, is er niet voor je. Ze had gelijk gehad, de goede Celine, zij had hem een uitstekend huiselijk leven bezorgd, deze drie laatste j aren en zelf had Celine.... ach, haar huwelijksleven was niet erg gelukkig geworden met van den Bogert, zoo'n saaien en dan weêr vinnigen vent.

Ja, wonderlijk was het, dat hij dezen zomer van zachte grijze dagen met zooveel pleizier had gewerkt, gewerkt als vanouds zonder de tobb.erijen waaronder ook zijn tijdgenooten leden, over modern-willen-zijn, mee willen gaan met hun tijd.

Doch op een avond was het woord: liefde, dit woord dat hij Margreetje had toegedicht, nu uit hem zelf opgestegen. Een vreemde gedachte! Het verraderlijke woord waarmede hij eens en vooral had afgerekend, scheen plotseling zich in hem te hebben genesteld, juist nu, nu de vacantie ten einde liep.

Zijn besef vocht ertegen, doch het bleef hem vervolgenTevergeefs plaatste hij zich tegenover zijn negen en vijftig, bijna zestig jaren, en jaren nog wel, die hem als 't ware innerlijk hadden vergrijsd. Soms was de eenzaamheid haast

Sluiten