Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

Het was waanzin! Huibert's bolle blauwe oogen staarden verloren op het wisselende vlak der voorbijschuivende gevels, de tramrit van vroege jeugd overbekend. Zijn afgezakte schouders, onverschillig uitgegooide beenen en onvoldane mond zouden, als zijn kleeding hem niet had verraden, op een dier ontevreden leegloopers hebben doen gelijken, zooals die in kleine steden hun noodlottige apathie uitleven. Een dier gedwarsboomden zonder werk, of werk naar hun zin.

Promoveeren, gromde hij laatdunkend. Op dat onnutte studeeren moest noodig nog een tweede etiket worden geplakt. In een visioen van tegenstelling zag hij weer die frissche, flinke lui in Berlijn, de Wilhelms en Heinrichs met hun Trudi's en Katchen's en zijn eigen Gretchen.

En zijn gedachten snauwden al bij voorbaat in een denkbeeldig verweer: zeker, zeker, gewone jongens op twee beenen en met handen aan hun lijf, 'n gewone bankwerker en een electricien, en een trombonist, jongens, die zijn vrienden waren geworden, toen hij, om practisch te werken, in Berlijn in een fabriek was beland....

En dan die meisjes Uit zijn slungelige houding

kwam hij overeind: een beeld van zwaar, kort, blond haar, vleezige wangen en volle vrouwvormen groeide tot een bezit voor zijn oog: een bezit, dat hij nu kon oproepen om zich er aan te verzadigen.

Daarginds, door die club mannen, waarin hij terecht kwam, heeft hij vrouwen en meisjes leeren kennen, die zijn instinct naar dit slag van vrouwen als een wakker gestooten bekentenis openbaarde; daarmee was dan ook immers zijn weerzin voor beschaafde meisjes verklaard. Hij was vol van deze ontdekking.

De cavalleriekazerne gleed aan zijn onverschillig oog langs. Van kleinen jongen af, als hij naar school ging, was het daar ten minste een oogenblik van den dag plezierig geweest. Zijn broer Reinier liep voorbij aan wat voor hem iets verrukkends was, een trekpleister: de paarden, die er werden geborsteld, afgereden, de militairen, die er schrobden en het stroo veegden naar de sloot en onder de zware kastanjes schoof het daglicht in diepen, weelderigen gloed.

Sluiten