Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

van kluisters, die hem toch nimmer hadden gedrukt. Bevrijd slechts doordat hij elders was gebonden.

En nu kwam de derde thuis, was het Reinier, die uit den trein stapte en vóór den verlaten coupé staand met rustigen blik het perron afkeek. In onderscheiding met Huibert van belangstelling afkeerig, had hij zorgvuldig van zijn thuiskomst bericht. Natuurlijk zou zijn vader er zijn. Vertrouwend op diens komst keek hij nog eens nauwkeurig rond... . Ah ja.... daar was hij.

Zonder dat een van beiden zich uitermate haastte, traden zij op elkander toe, twee elkaar van voorkomen gelijkende mannen. Het gelaat van den jongste der twee was regelmatiger en in de jonge trekken was meer bewuste ernst.

„Gisteren 'n zoon uit Berlijn, en nu uit Parijs," glimlachte Henri Kroon in naïeve voldaanheid, een opmerking die ook Reinier met een soortgelijke tevredenheid scheen te bezielen. Eensgezind liepen vader en zoon in gelijken tred het station uit.

Er was altijd tusschen hen beiden dadelijk gesprek, „Een belangrijke cursus, vader, ik heb er veel aan gehad en dan heb ik Parijs zelf er ook bij waargenomen, dat begrijpt u."

Kroon hief zijn gelaat op. Den reeds killen wind voelde hij frisch aan zijn wangen en voorhoofd plekken. Op de herfstige boomkruinen van den Stationsweg viel zijn blik

Parijs! Hij had er het eerste jaar van zijn huwelijk gewoond; de geboorte van hun eerste kind, van Reinier, die nu naast hem liep, had zijn vrouw naar Holland doen verlangen. Heel zijn leven was dit gebleven naast de voorkeur zelfs voor 't dorpsche leven: la nostalgie de Paris.

En terwijl Reinier besomde, hoe hij het meest bezienswaardige had kunnen afwerken, droomde de vader, hoe hij daar gedwaald had, gelukkig verloren in dat allerschoonste complex van straten, van levensvormen, dat Parijs heet.

Zonder overgang zei hij plotseling: „Annetje is nog niét terug; ze willen haar daar graag houden."

„Maar ze hoort thuis," besliste Reinier als was hij de vader, die leiding gaf.

„Ja, ja," knikte Kroon, „maar als het daar nu eens beter voor haar is dan bij mij."

x 4

Sluiten