Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

met zijn echte schildersnatuur, die alles in zich begroef, met wien je geen vijf woorden over schilderkunst kon praten, doch die den directen, nimmer falenden kijk had; Rein daarentegen, die alles in zich makkelijk opnemend, onthoudend en ordenend, zijn bekendheid met schilderkunst tot een veel gehanteerden gespreksvorm maakte.

Aan zijn jongens denkend, kwam Kroons benauwde weerzin tegen deze verloving weer opzetten, de onthullingen van Jet waar tegenover hij voelde niet veel te kunnen stellen. Deze Henk Merens had een kleine jaarlijksche rente, waarvan men bescheiden kon leven. Een vlakke weigering en Jet was het kind om het huis uit te gaan; haar heftigheid was hem er borg voor.

En wonderlijk — de Riouwstraat inslaand met goeien Rein naast zich — een volwassen zoon die zijn oudere leek in bezadigdheid en innerlijke rust, kwam het hem voor of zelfs deze hem drukte, of 't heele leven weer drukken ging.

In deze vacantieweken had een licht gestraald, iets blijmoedigs, dat rond hem had gezweefd; in een schilderij zou hij spreken van toon: een welkom, o zoo welkom gevoel van nieuwe jeugd.

Nu de vacantie voorbij was, wist hij het pas, dat het leven weer veel zwaarder ging wegen, dat zijn bestaan met de komst der kinderen gesplitst was, dat hij vader had te zijn voor alles en niet meer over een eigen vrij leven beschikte.

(Wordt vervolgd).

Sluiten