Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HUIS AAN DEN DIJK

— De jaren gingen voorbij, gelijkmatig en onbewogen. Het leven nam zijn loop zooals men dat redelijkerwijze had kunnen verwachten. Nu ik terugzie op die periode, vind ik niets dat waard zou zijn te vermelden. Ik liep de dorpsschool af, slaagde voor het toelatings-examen van het gymnasium in de nabij gelegen hoofdstad der provincie. Mijn schooljaren zullen wel geweest zijn als de schooljaren van ieder en normalen jongen. Ik ging geregeld over, incasseerde mijn rechtmatige en rechtvaardige porties strafwerk; ik werd vele malen verliefd op velerlei meisjes, wier schoolboeken ik dan mocht dragen en met wie ik mijn schaarsche zakcenten verbraste in lunchrooms en banketbakkerswinkels. Vader was nog altijd dokter in het dorp. Ik reisde heen en weer met het stoomtrammet je, dat op zijn weg van de hoofdplaats naar een bekende badplaats ook ons dorp aandeed. Eiken morgen stond ik om zeven uur op, 's winters en 's zomers. Om acht uur vertrok de tram, kwart voor negen was ik op de plaats mijner bestemming, 's Middags kwam ik meestal tegen het eten weer thuis, 's avonds deed ik mijn huiswerk. Een enkele maal bleef ik een nacht over in de stad om een concert, een tooneelvoorstelling, een schoolfeest bij te wonen, feestelijkheden die slechts zelden de zoete rust van het dommelend stadje verstoorden.

In de vacanties bleef ik thuis. Ik had blijkbaar weinig behoefte aan verandering en ik hièld van ons" dorp. Daarbij, 's zomers leek het mij een klein paradijs: ik was een hartstochtelijk zwemmer, gansche dagen bracht ik aan het strand door. Ook hield ik ervan om de zomeravonden te zitten op het breede balcon van ons huis, luisterend naar de zee of verdiept in een boek.

Toen ik voor mijn eindexamen geslaagd was, riep vader mij bij zich. Hij vroeg, welke plannen ik had voor de toekomst. Reeds lang stond het bij mij vast dat ik ook dokter wenschte te worden. Ik zeide het hem en hij lachte, verheugd dat zijn eenige zoon zijn beroep, dat hij zoo liefhad, koos uit vrijen wil.

Dien zomer ging ik voor het eerst op reis naar het buitenland. Alleen.

Sluiten