Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANONIEME BRIEVEN

Geen rust gun ik hem meer, tot mijn haat hem tot een wanhoopsdaad gedreven heeft!"

„0!" krijschte de vrouw en veegde een slordige sliert zwart haar van haar geelbleek voorhoofd, „als dat mogelijk was! De ploert, die onzen jongen het brood uit den mond stootte, verdient niet beter. En waarom!? Om een onnoozel vechtpartijtje, een kwajongensruzietje, meer niet!"

„Ja," zei de oude Rekkers met helsche vreugd, „en niemand zal kunnen vermoeden, uit welk duister die giftige pijlen geschoten worden, zóólang is het voorgevallene met onzen Frans al geleden."

Van nu af aan stompte Jan Rekkers op gezette tijden zijn trage, aan arbeid niet gewende hersens af op het samenstellen van vuige, lasterlijke epistels, vol grove dreigementen, die hij moeitevol met verdraaide hand schreef. En als een hyena, op buit belust, sloop hij 's avonds langs het huis van den voormaligen patroon van zijn zoon, in de hoop, de stellig verwachte wanhoopsdaad van nabij mee te maken. Geen krant verliet zijn huis zonder nauwkeurig bestudeerd te zijn, of zij niet het verslag bevatte van het vurig verlangde resultaat. Zijn rust was heen. Verteerd door wraakzucht, die in weeë koestering tot abnormale proporties uitgroeide, had zijn leven nog slechts één belang, één doel: den ondergang van den gehaten man.

Albert Versloot, directeur der N.V. Versloot's Ijzergieterij, zat in zijn weelderig ingerichten salon zijn zwaren after-dinner te genieten. Maar zijn gedachten waren niet van de vroolijkste. Vandaag was hij vijf jaar getrouwd en zijn vrouw had dezen datum vergeten! In dit feit gaf zij voor het eerst openlijk blijk van haar toenemende onverschilligheid van den laatsten tijd. Langzaam, maar zeker zag hij de verwijdering tusschen hen groeien. Hij voelde zich onmachtig die tegen te houden, logisch als ze wellicht was. Hun groot, stil huis, zijn overdrukke bezigheden moesten haar zich eenzaam doen voelen en jonge vrouwtjes zoeken dan verstrooiing — ander gezelschap. Hoewel hij haar van harte de vreugde des levens gunde, schrijnde het hem steeds weer

Sluiten