Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANONIEME BRIEVEN

Bijna in tranen antwoordde Tine:

„Maar je 'bent toch mijn man en ik hou toch van je! Dacht jij, dat het me koud zou laten dat ze je bedreigen, misschien wel op je leven loeren?"

Berouwvol sprong Versloot op en nam zijn bevend vrouwtje in de armen.

„Nee, o nee, het zou niet in me opgekomen zijn.... vroeger! Maar je bent den laatsten tijd zoo ver, zoo vreemd!"

„Bert, jij.... jij...." snikte ze. „Ik vind hetzelfde van jou! Twee dingen hébben jouw belangstelling nog maar: overdag je zaken, 's avonds je rust."

En zich flink van haar emotie herstellend, vervolgde ze ernstig:

„Het is hier het eeuwige conflict tusschen den man en zijn werk — de vrouw en haar liefde. Want Bert, het is in ons huwelijk anders geloopen dan.... dan normaal. Nu ik je kinderen niet opvoeden kan, geef me nu mijn deel aan je werk. Stuur Van Noppen weg en laat mij je secretaresse zijn. Ik ben niet dom en ik wil. Ik zal studeeren, me inwerken. Als je me waarachtig lief hebt, zul je er de moeite voor over hebben me op te leiden. Ik smeek je, Bert, laat me niet langer je luxe, je speelpopje, maar je kameraad, je alles zijn."

Verwachtingsvol klemde ze haar armen om zijn hals. „Vrouwke!" fluisterde Versloot en kuste haar op de betraande oogen. Plechtig besloot hij: „Zóó zal het zijn!"

De oude Jan Rekkers hield het schrijven van dreigbrieven tot aan zijn dood toe koppig vol, maar Albert Versloot kon ze nooit ontvangen zonder ze met een zekere ontroerde dankbaarheid te bekijken.

Sluiten