Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RAAM DAT VERRIED

kamer, waar ik zat, ligt aan een zijkant. Daarnaast, beneden, loopt een stille straat, waaraan pakhuizen, bergplaatsen en enkele winkels en woonhuizen staan. Het is er stil, maar er staan wel hooge electrische lantaarns, want de omgeving van een station moet altijd goed verlicht zijn. Maar verder is het er vreemd en stil; het rumoer is allemaal aan den

voorkant van het station en aan de andere zijde Ik heb

eens gehoord van iemand, die de straat daar langs het station de straat van het afscheid noemde, ofschoon die in werkelijkheid natuurlijk anders heet....

De wanden van de wachtkamer zijn eerst heel hoog, wel vier of vijf meter, denk ik; en daarboven zijn nog hooge ramen, voor het licht. In die ramen is een middenstuk, ook van glas, dat als tuimelraam gemaakt is, om te kunnen ventileeren. Ik keek naar het raam, dat tegenover mij was. Waarom? dat weet ik niet. Een mensch moet ergens naar kijken, nietwaar? Toen zag ik dat het middenstuk als spiegel werkte. Door de donkere avondlucht erachter, en door het licht van de straat kaatste het juist een stuk van die straat naar mij terug. Dat was niet zoo heel bijzonder, zult u zeggen.... Dat was het ook niet! Maar mijn aandacht werd verder getrokken door twee menschen, die juist op die plaats stonden in de stille straat. Zij waren bezig afscheid te nemen..... ze namen heel lang en heel innig afscheid van elkaar. Ik zag niets dan het spiegelbeeld in dat tuimelraam, maar het beeld was toch zoo scherp, dat ik de vrouw kon herkennen. Het was de vrouw die ik uit duizenden zou hebben herkend, het was Marguérite. Ja meneer, ik herkende alles aan haar, haar mantel, haar hoedje, haar bont.... Het drong pas langzaam tot mij door, zooals iets onmogelijks pas na een heelen tijd in je hersens doordringt .... En dat was dus mijn vrouw, die daar afscheid stond te nemen van een ander.... Het broodje met kaas stond voor mij, met het mes, maar daar dacht ik toen nog niet aan. Ik dacht eerst aan andere dingen, en ik begreep, dat zij mij altijd bedrogen had. Altijd met dien man, dien ik niet kende? Neen, dat zou ik niet hebben kunnen zeggen Maar wel mij bedrogen.... Ik had al dikwijls het gevoel .gehad, dat ik haar op onjuistheden of leugens betrapte,

Sluiten