Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERZEN

BRUG VAN WOORDEN

Ik wil tot u een brug van woorden bouwen. — Gij ziet mij aan met koel verwonderde oogen, In -wachten lijdzaam, 'k Voel mijn onvermogen. O nader mij! Verlos me uit eenzaam rouwen! Aanzie mijn ziel, om hulp tot u gebogen, Beschaam niet kil mijn kindervroom vertrouwen. In heilig zwijgen wil mijn ziel aanschouwen En teeder weenen zal uw mededoogen.

In sombren kerker ligt, te ziek voor zangen,

Te trotsch voor klachten, droef mijn ziel gevangen.

En 'k weet hoe bang de wreede levensblijden,

Gelijk gezonden, schrikkend van leprozen,

In zelfzucht, d'adem van de smart vermijden. —

Maar gij, wees niet gelijk de liefdeloozen!

VOORGEVOEL

De kamersfeer geladen leek met smart, Beklemmend. — 'k Zocht naar woorden, maar ik vond Alleen mijn angst, tot vóór de trap ik stond — En 'k zag een afgrond, mijndiep, nachtezwart.

Begreep hij wat zoo bang mijn voeten bond, Mijn blik verblindde, klauwend greep mijn hart, Mijn tong versteef, mijn denken liet verward, Verstikte elk woord, zelfs d'adem van mijn mond?

Hij leidde zacht, behoedzaam, trêe na tree, De trap mij af, die golfde, een donkre zee.

Daarbuiten weende grijze wolkedamp Zijn trage tranen, als om menschenwee.

Voelde ik hoe vulde uw somber huis alrêe Het loerend dreigen van uw levensramp?

Sluiten