Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETERKEN

nen geven, om Peters jeugd volkomen te kunnen maken door hem het gemis van den vader te vergoeden.

Hij had aanvaard, had haar hoofd in zijn handen genomen en haar lang aangezien.

„Je zult van me gaan houden, Lily," had hij gezegd .„Dat je dat nu nog niet doet, is heel natuurlijk. Daarvoor ken je me nog te kort. Maar jouw Peterken zal ons Peterken worden en ik zal geen ander doel hebben dan jou en ons kind gelukkig te maken...."

„Ons kind en jou " verbeterde ze. „Eerst het kind

dan word ik het ook...."

„Ja " zei hij, terwijl hij zijn hoofd nog dieper naar

haar overboog. „Eerst het kind want in het kind zie

ik jou,.... het kind is deel van jou...."

Mooi had hij dat gezegd. Hij voelde het toen ook zoo, dacht ze. Het had haar laatste aarzeling weggenomen. Als hij haar zoo aankeek, de dingen zoo fijn zei, zoo fijn voelde, moest het een zegen voor Peterken zijn, hem tot vader te hebben. Als hij terwille van haar geduld toonde, lief zou krijgen 't stumperige, achterlijke kind, dat hij aanvankelijk vermeden had met 't oergevoel van kerngezond, sterk mensch, dat uit den weg ging wat kwijnde, en waarin hij niet anders dan al onmaatschappelijks zag, kwam 't misschien nog terecht,.... zou 't contrast met de anderen minder schrijnend worden....

„Wil je?" drong hij, terwijl zijn vingers opgewonden door haar goudblond haar woelden. „Peterken zal het goed krijgen.... ik zal zon in zijn kleine leventje brengen.... ik ^al tiem beschermen. — ik zweer het ."

In het aangrenzende vertrek begon het kind te huilen, met rauwe, waanzinnig-snerpende schreeuw-gillen. Peterken had zijn vingertje geklemd....

„Wil je?" drong hij.

Ze sloot haar oogen. „Beloof je? Beloof je het?" „Ja.... ja...."

„Goed," zei ze vreugdeloos. „We zullen trouwen...."

De huwelijksreis maakten ze naar Brussel, met het oog op den korten tijd, want ze durfden Peterken niet te lang in

Sluiten