Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETERKEN

verwijtends tegelijk. Of verbeeldde hij zich dat? Meer dan vroeger nog was hij het kind gaan haten, omdat het de oorzaak van hun tweespalt was. Maar ook had hij weer tijden, dat hij medelijden met Peterken had, als hij zag die teere,

wazige oogen, die hulpeloos rond konden staren dien

mond, die getuigen kon van hevig, intens verdriet.

Soms voelde hij behoefte om naar beneden te gaan en met haar te praten. Hij wilde haar dan voorstellen, een einde aan dit liefdelooze leven te maken: uit elkaar te gaan. Dan konden ze beiden nog trachten, van hun leven te maken wat ervan te maken was. Dan zag hij weer op tegen den stap, waarvan de gevolgen nog niet te overzien waren. Want dat was het juist: ondanks alles was hij nog meer van haar gaan houden. Was het haar verheven liefde voor het kind, dat hem in haar aantrok? Was het naijver op de liefde, die hij in haar voor den overleden man vermoedde, die hem dwong haar tot geen prijs los te laten? Daarom voelde hij zijn lijden des te vlijmender: omdat hij zich dagelijks meer aan haar hechtte, naarmate hij zich verder van haar verwijderd zag. En dat begreep hij: als hij haar losliet om tijdelijk den druk der ontstane vijandschap te ontloopen, zou hij ontnuchterd zijn zoodra hij weer alleen was en tot rust kwam. En dan was die stap ook niet meer ongedaan te maken....

Hij zag geen uitweg. Hij wist niet of dit leven verder doorgezet moest worden, of dat hij er een eind aan maken moest. Hij voelde alleen dat het onhoudbaar was. Maar als hij brak — doorsneed alle banden, die haar nog aan hem verbonden.... dan stond hij voor een zwartende gaping,

waarvan hij den grond niet kon ontwaren dan deed hij

een sprong in het duister....

Nerveus trommelde hij op tafel, stak een nieuwe cigaret op. De kamer was blauw van damp. Zorgvuldig gerijd lagen de eindjes op den rand van den aschbak: twaalf, Rooken was het eenige dat hem nog afleiden kon, studeeren was hem niet meer mogelijk.

Er werd geklopt. Het was Dick.

Dick Westerbaan was een bleeke, magere man van omstreeks veertig. Zijn donkere oogen, die wat te klein aan-

Sluiten