Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETERKEN

maakt. Ze voelde zich zoo wanhopig-leeg, nu ze haar overvloed van moederliefde niet meer geven kon, dat ze soms dagenlang zat te huilen. En tegen haar wil, hoewel ze medelijden met hem had, was ze Daan gaan haten gaan

haten met den woesten, niets-ontzienden haat van 't moederdier dat zich van 't jong beroofd weet

Ook Daan zag, dat 't geëischte offer hem niet dichter tot zijn doel bracht, 's Avonds, als hij moe en afgewerkt van kantoor kwam, als hij hoopte nu iets te bereiken, stuitte hij weer op haar stugge teruggetrokkenheid, die oorzaak vond in haar verdriet. Hij trachtte dan met haar te praten, haar vroolijker te stemmen — 't lukte niet. En als dan eindelijk de avond om was, om als alle andere, wist hij: 't was tevergeefsch — 't was alles tevergeefsch — hun huwelijk rustte op te wankel fundament.

En zou ten onder gaan!

Ten onder gaan

En 's nachts, als alles om hem heen stil en rustig was en hij luisterde naar het monotoon getik van den wekker, als hij Lily rustig naast zich wist, kon hij voor t' eerst wat dankbaar zijn, omdat hij eindelijk rust nu had. Maar dan opeens, en tribuleerend helder, kwam Peterkens gelaat hem voor den geest, de teere, wazig-droeve oogen, in smeeking naar hem opgeheven. Dan hoorde hij plotseling weer de stem van 't kind: »Wordt Papa dan gelukkig?«

Dan wendde hij zich om en wachtte op den slaap, die maar niet komen wilde. Onrustig woelde hij dan heen en weer, in moeizaam trachten zijn gedachten weg te dringen. Het lukte niet. Steeds weer hoorde hij het beverig-timide stemmetje: »Wordt Papa dan gelukkig?«

Diep onder de dekens dook hij weg, trachtend kwijt te worden dat visioen. Totdat de ochtend gloorde

Zoo vergingen de dagen.

Elke nieuwe dag was gelijk aan den vorigen, en Daan voelde, dat hij niets dichter bij zijn doel kwam zoo. Hun huwelijk scheen voorbestemd om te mislukken.

Hoewel Lily steeds haar plichten deed, met zorg de huishouding bestierde, zelf kleine reparaties aan zijn kleeren

Sluiten