Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

— Nu juist, meende Jacques, eveneens lachend, je merkt er aan, hoeveel de menschen van je houden....

— Hoe weinig!

— Och kind, zei Jacques, 'bespeurende, dat er even een wat ernstiger klank kwam in Emma's stem, je trekt er je toch immers niets van aan? Ik maak me nooit veel illusies omtrent de menschheid, en word dus ook nooit erg teleurgesteld. De wereld is nu eenmaal zoo. Nijd, jaloerschheid, egoïsme heerschen oppermachtig. De mensch is van nature de vijand van de mensch. Zoodra er twee menschen samen zijn, begint de strijd

— Niet altijd, zei Emma lief. Hij streelde haar hand.

— Neen, zei hij, en weet je, wat de uitzonderingen zijn? Als de menschen zich eerlijk tegenover elkaar uitspreken, zooals wij hebben gedaan.

Emma legde haar hoofd aan zijn schouder.

— Ja, Jacques.... en je weet niet, wat 'n oneindige

rust me dat heeft gegeven Maar niet iedereen is

zoo goed en verstandig tegenover 'n vrouwenbiecht, als jij je hebt getoond.

— En begrijp je niet, lieveling, waardoor dat komt?

In hun heele engagement had Jacques haar weinig vervolgd met liefkoozingen en teedere woorden; van den beginne af had hij een kameraadschappelijken omgang jegens haar betracht, die haar een heerlijke gerustheid gaf, en waarvan zij de fijne kieschheid ten innigste waardeerde. Van den aanvang af had zij zich nooit onrustig in zijn nabijheid gevoeld; zij bewonderde zijn ingetogenheid, waar hij haar toch het schoonste bewijs van zijn liefde gegeven had, door het zóó reageeren op haar bekentenis, als hij had gedaan. En als hem een enkele maal, zooals nu, een liefdewoordje ontsnapte, ontroerde haar dit diep.

— Waardoor dan, Jacques? vroeg zij met een vleiende schalkschheid.

— Omdat, zei hij, omdat....

Hij greep haar in zijn armen.... doch liet haar spoedig

weer vrij, bang, dat zij zich van hem los-rukken zou

Maar zij deed dat niet, zij leunde tegen hem aan in een zoo

Sluiten