Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

door

HENRI BOREL

Het is wel «sneu», maar waar Nederlandsche oorspronkelijke stukken de laatsten tijd maar géén succes konden behalen, is thans een Vlaamsch stuk: »De Wonderdokter« van Jos. Janssen, een succes geworden, en geen wonder. Er is iets van de echte oud-Hollandsche en oud-Vlaamsche boert in, van Tijl Uilenspiegel af tot van Ostade en Jan Steen toe, die blijkbaar in volle oübolligheid telkens weer opleeft.

De geschiedenis van 't geval zelf zou 't hem alléén niet gedaan hebben, als ze niet door deze boert zoo sappig-smakelijk ware gemaakt. Een jonge dokter, met nog te weinig geld om zich in een groote stad te installeeren, komt op een groot dorp en wil zich daar als gediplomeerd geneesheer vestigen. Hij heeft er een kozijn wonen, boer Manten Boone, die het boerenvolk door en door kent, en die hem waarschuwt: „geen droog stuk brood zal je verdienen als gediplomeerd dokter, de boeren gelooven alleen aan kwakzalvers, aan wonderdokters, en als je geld als water wilt verdienen, moet je zeggen dat je een wonderdokter bent. Kom maar bij mij inwonen, ik zal wel zorgen, dat de patiënten onze deur platloopen " De lieve dochter van boer Manten, Thea, zal ook wel wat tot het besluit hebben bijgedragen, maar hoe dan ook, Dr. Steven Martens laat zich overhalen, tegen zijn geweten in, om voor wonderdokter door te gaan.

De manier waarop boer Manten Boone nu reclame gaat maken voor zijn neefje, den wonderdokter (wij zagen al eens iets dergelijks, toen Nap de la Mar als vader van Dr. Stieglitz op de turksche trom der reclame sloeg, maar hier verliep blijspel in tragiek ten leste), is de clou van dit blijspel, te samen met de

Sluiten