Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

monotonie, vervelen me meer dan dat ze me nog overtuigen. Juist het willen overtuigen van Toorop's kunst uit het laatste deel van zijn leven voldoet mij niet; het is een persoonlijk oordeel en doet eigenlijk niets ter zake."

„Natuurlijk niet," beaamde de huwelijkscandidaat grif en grof.

Hjet gesprek stokte na deze vlotte instemming. Henri Kroon wilde wel weer over de schilderkunst doorpraten; de scherpe, bruine spleetoogen van den ander drongen hem met kleine aanwijzingen als 't ware dien kant uit. En wat was er overigens verder over de verloving zelf te verhandelen, die een reeds uitgemaakte zaak bleek tusschen de beide jonge menschen. Wat er te vertellen was, wist Kroon al van zijn dochter, 'n Wees te zijn, deelde Merens hem mee; 'n zekere trots had doorgeklonken in deze bekentenis en Kroon, starend op den vloer, had voor dezen trots naar een reden gezocht. „Een wees — ja, ja," beaamde hij zinloos. „Jammer voor je." wilde hij zeggen, doch een puntig, vroolijk lichtje in de oogen tegenover hem weerhield dit beklag.

„Nog niet lang, hoop ik," zei Kroon, uit de gis. Een blik op het fleurige gelaat, waarin de oogen hun kleine, vinnige lichtjes prikten, stelde hem gerust. Die gittige krentenoogjes schenen immer op een pretje te zinnen.

,,'k Was een jongen van een jaar of vijftien, dan voel je dat niet zoo, als je je oudelui verliest, vin je 't wel vrij. Ik bleef goed verzorgd achter, mijn vader heeft een schoenenfabriek gehad. In 't begin heb ik nogal wat verspeculeerd, kon ik nog niet met geld omgaan. Tweeduizend rente heb ik nu vast, lijfrente. Veel is 't niet misschien, maar de schilders benijden 't me toch allemaal. Vast is 't, ziet u, vast!"

Een onaangenamen trek had zijn gezicht, toen hij, pochend, dit herhaalde, als openbaarde hij een fortuin.

„Ja, ja," beaamde Kroon, en plotseling wel zeer nuchter zei hij: „Slager en bakker komen ook vast; 'k bedoel: het huwelijk is een bestendige toestand en er moet in een schildersgezin een zekere bron van inkomsten zijn, wil er tfeen ellende uit voortkomen."

Sluiten