Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AF....

gelet, overdenkend, dat ze (het gelukkig nogal kalm scheen op te nemen. Ten slotte viel hem dat een beetje van haar tegen. Maar het was toch natuurlijk wel beter zoo, want hij had genoeg tegen dat laatste gesprek opgezien. En nu had ze hem een lange en moeilijke uiteenzetting bespaard, door uit te spreken wat hij niet durfde te zeggen.

Eigenlijk moest je nooit zoo tegen de dingen opzien. Meestal liep het wel los. Nu maar weer eens flink gaan studeeren en af en toe eens fuiven met zijn vrienden, die hij den laatsten tijd wel erg had verwaarloosd door die geschiedenis met Eef.

Het leven was toch wel afwisselend, als je maar durfde toetasten. »Rustig voortgaan, nu en dan eens een herberg aandoen, en af en toe een bloemetje langs den weg plukken« noemde Frits dat, de cynicus uit zijn clubje.

De zon was nu weg en een koude wind blies dofgouden vonken van de herfstboomen. Ritselend dwarrelden de dorre blaren voor hem uit over den weg.

Zwaar woog nu weer de stilte tusschen hen en om die tenminste even te verbreken zei hij, nog steeds vooruitziend naar de alweer dichtbije stad:

,,Het wordt koud, hè?"

Waarom zei ze nou niks? Ze kon toch wel even antwoord geven!

Even keek hij haar van opzij aan. Nou liep ze waarachtig toch te huilen! Enfin, 't was ook wel beroerd voor d'r.

Maar nu of later eeuwig duren kon zooiets toch niet.

Dan was het toch royaler om nu ineens maar te breken.

Hij zou maar net doen of hij niets gemerkt had, anders kreeg je misschien toch nog een scène....

In een buitenwijk, op de plaats waar ze al zoo dikwijls van elkaar waren gegaan, bleven ze staan.

„Nou, dag Eef, hoü je goed hoor en tot ziens."

Ze wachtte even, of hij soms nog wat meer zou zeggen, en zei toen zacht, maar vast:

„Adieu, Frans!"

Even rustten hun handen in elkaar. Ze merkte nog op,

Sluiten