Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TERUGKEER

door

C. J. ZON—KOK

Het liep tegen den avond. De zon was op het punt onder te gaan en over de heide lag een dieporanje gloed. Kleine denneboomen wiegden hun toppen in de stille lucht en staken scherp af tegen den zacht gekleurden avondhemel. In de verte klingelden de belletjes van een kudde schapen, die door den herder naar huis werd gedreven.

Langzaam zonk de zon weg. De kleuren in het Westen werden een oogenblik nog warmer en dieper van tint. Daarna vervaagde alles en viel de schemering over de heide. Donker plekten nu de groepjes boomen tegen den veel lichteren hemel. Het zoele avondwindje deed de dennen geheimzinnig ruischen.

Uit den schoorsteen van een half verzakt huisje kringelden ijle rookwolkjes. In de donkere gaping der deur stond een vrouw in een bonten onderrok en kort jak Het haar was glad naar achteren gestreken en liet het hooge, met tallooze rimpeltjes doorploegde voorhoofd geheel vrij. Om heur mond groefden diepe lijnen en het haar begon reeds te grijzen.

Sluiten