Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TERUGKEER

Maar haar oogen waren stralend blauw en maakten een wonderlijk jongen indruk in het door zorg en verdriet te vroeg verouderde gelaat. Het was alsof ze ergens in de verte iets heel innigs en moois zagen. In haar jeugd was ze een der knapste meisjes uit de heele streek geweest en zelfs nu, terwijl haar haren vergrijsd waren en haar huid gerimpeld, had ze iets in haar gezicht, dat nog steeds de aandacht trok. Haar buren beweerden altijd, dat vrouw Geerkes een gezicht had, dat den meest verstokten leugenaar dwong tot waarheid spreken. En dat was ook zoo. Wie in de open, klare oogen der oude vrouw keek, moest onwillekeurig aan een stralenden zomerdag denken en het zou werkelijk haast een onmogelijkheid zijn om op dat oogenblik ook maar één slechte gedachte te hebben.

Op dezen zwoelen zomeravond stond vrouw Geerkes in de deuropening van haar schamel huisje en keek, zooals ze nu reeds jaren gewoon was, den langen rechten weg af, die naar 't naaste dorp voerde. Maar ook nu was, zooals die lange reeks van avonden, haar uitkijken vergeefsch. Behalve een oude bezembinder, die langzaam naar huis strompelde, was er niemand te zien.

Weldra was het ook zoo donker geworden, dat ze de eenzame figuur van den ouden man niet meer onderscheiden kon en de zandweg zich enkel als een flauw-lichtende streep over de donkerte der heide afteekende.

Bladstil en drukkend warm was het nu buiten. Behalve het geblaf van een hond heel in de verte, deed geen geluid zich hooren. En nog altijd stond de vrouw in de deuropening en staarde in de duisternis van den zomernacht. Heel stil en onbeweeglijk leunde ze tegen den deurpost en haar tengere figuur vulde bijna geheel den smallen ingang van de hut, die van binnen enkel verlicht was door het haardvuur onder de kleine schouw, waarboven een ketel water genoegelijk hing te pruttelen.

De meestal zoo stralende oogen hadden nu een smartelijke uitdrukking en haar gedachten vlogen terug naar nèt zoon warmen zomeravond als deze, toen haar man, terwijl ze het brood sneed voor de avondboterham, plotseling het huisje was komen binnenstormen en haar met schorre stem

Sluiten