Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

In het atelier verzet Emil een ezel en een doos schildersgerei rolt over den grond. De schilder vloekt binnensmonds. Amke draait zich lachend om en ziet hem in een vuile kiel en met groote stappen door het bij-atelier beenen.

„Wat voer je eigenlijk uit?"

„Wat kom je eigenlijk doen?" bauwt hij haar na.

„Poeven zoeken of poefen, hoe heeten die dingen. Esther en ik gaan schemeren!"

„Interessant, zeg. Schemeren met poeven of poefen en kersenpralines."

Amke strijkt met een vinger over het spinnewiel en houdt hem onder Emil's neus.

„Je mag wel eens stof laten afnemen."

„Ik duld geen profane handen in diesen heiligen Hallen."

„Wat loop je toch te ijsbeeren!"

„Ik ben aan 't uitzoeken. Ik exposeer in Den Haag met Loman. Maar er is niets, dat me bevalt. Ik heb het land aan al mijn oude werk. Ik wou dat ik eens iets wrochtte, waar ik verrukt over bleef."

Uit het bij-atelier sjouwt hij al maar meer doeken aan en hij zet ze overal tegen, tegen het antieke buffet je, een document en herinnering aan zijn vrijgezellen-huishouden in Parijs, tegen het spinnewiel, tegen de stoelpooten.

„Hier," presenteert zich Amke, „kun je mijn knieën nog gebruiken?"

„Ach, hoepel op. Ga schemeren met bonbons en poefen."

„Als ik maar wist waar ze waren," klaagt ze. „Hè," zegt ze opeens gretig, „laat es zien, dat héb je bij Bremer gehad."

„Alleen het pendant is verkocht," zegt Emil gemaaktsomber. „Voor veel te weinig, gezien de stroomen bloed, zweet en tranen, die het me heeft gekost. Leer dit van mij kind, van kunst kun je niet leven."

Amke kruipt op haar knieën langs de groote doeken, een Geldersch landschap, zeegezichten, boschlanen, een ven in Brabant.

„Hier leg ik beslag op," zegt ze, op het ven wijzend.

„Je behoeft er anders niet voor te knielen, zoo mooi is het niet."

Sluiten