Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

— Wie is toch de gelukkiger helft van die »we«?

— Gelukkiger helft? dat weet ik niet. We zijn allebei even gelukkig.

Zóó kwam hij niet verder....

— Laten we dat in het midden laten....: maar wie is dan de andere helft?

Zij keek hem in de hoogste verbazing aan:

— Folly toch? M'n zuster!

— Woont u met uw zuster samen op 'n flat? u twee jonge dingen?

— Ja, waarom niet? dat is modern. U dacht zeker, o! riep Ips lachend, u dacht, dat ik geëngageerd was! Wat jammer, dat ik u zoo gauw uit de droom heb geholpen!

— Waarom?

— O, ik speel zoo graag met vuur!

— Ja, dat ziet men je aan!

— Bestaat er dan ook iets heerlijkers?

— Neen, misschien niet. Ips lachte vroolijk.

— O, ik ben zoo gelukkig tegenwoordig. Bedenk eens: gisteren nog een kostschoolkind, vandaag 'n vrije jonge vrouw!

— Maar hoe komt dat dan zoo ineens?

— Alleen door de genialiteit van onze zusterlijke breinen!

— Wóónt u al met u beidjes op dat flat?

— Nog niet! Maar na de bruiloft trekken we in ons eigen home.

— En....

— Aha! u wilt vragen: zonder chapeau?

— Ja u lijkt me

— Och, meneer van Wesendonck, we «lijken», maar we zijn 't niet. We hebben al 'n heel leven achter de rug.

Even werd Ips' gezichtje ernstiger, en de jonge man

trachtte zich te herinneren: wat was er toch gebeurd

met deze kinderen zelf of met hun moeder.

Ja, dat was 'n heel drama geweest. Enfin, daar niet naar vragen....

Sluiten