Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VREDE OP AARDE, IN DE MENSCHEN

met hun beiden zaten te spreken over zijn idealen? Of was hij reeds overleden, rustte hij daar op 't kerkhof met zijn eeuwig ritselende populieren? O, als zijn vriend nu ook nog weg was, waar moest hij dan heen, als.... als.... God, hij durfde er haast niet aan denken, en toch moest hij de wreede toekomst onder de oogen zien.... Als vader hem eens de deur wees, terugstuurde de wreede wereld in, waar moet hij dan heen?.... Hij wist het niet. Vader was zóó streng en.... zóó rechtvaardig! Eens had hij de schuld op vader geschoven, had hij bij zich zelf gezegd, dat het door vader gekomen was, door vaders koppigen wil, dat zijn leven gebroken was en dat hij voor altijd als dief gebrandmerkt was. Maar nu wist hij wel beter; het was zijn eigen schuld; vader had het goed met hem gemeend, doch zijn overdrevenzijn, zijn vervloekte jeugd-overdrevenzijn had het hem gedaan. Daardoor was het gekomen, dat hij niet had willen luisteren naar wijze raadgevingen van vader, naar zachte vermaningen van moeder. Hij wist het immers beter, hij was alwetend geweest in dien tijd. Nu besefte hij dit, maar toen niet. Jeugd en ouderdom verdragen elkaar immers niet. Die dolle overdreven jeugd! O, wanneer hij alles geweten had, hij zou zijn ouders niet zooveel verdriet gedaan hebben. Helaas, hij kon dit nu wel bedenken, maar berouw komt altijd te laat, soms veel te laat.... En als vader hem straks terugstuurde, dan was dat zijn verdiende loon, mocht hij niet morren. Hij had vader witte haren gegeven, en daarvoor bestond géén boete....

Een vreeselijke moeheid overmande hem, hij steunde heel eventj es. Langzaam strompelde hij naar een boom en leunde er tegen. De koude wind blies hem guur door de sjofele kleeren. Hij huiverde....

Waarom ging hij nu naar huis?.... Huis?.... had hij nog wel een tehuis? Een tehuis waar hij ontvangen werd met open armen, waar hij welkom was ten allen tijde, waar hij doen en laten mocht wat hij verkoos. O, zulk een tehuis te hebben, waar hij zeggen mocht wat zich in hem opgekropt had in die dóódende uren, in die vijf jaar dat hij daar zat in de gevangenis, opgesloten als een gevaarlijk, wild dier, als een ploert, een schurk, een bandiet!....

Sluiten