Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

JAAP STUURMAN ALS LANDKRAB.

een manchester broek en een engelsch leeren mouwvest bestellen om daarin zijn functies van knecht waar te nemen, toen plotseling de hoop dat hij nog vóór het turfseizoen een eigen huis zou bezitten, weer levend werd: Anna en Betje, de twee ongetrouwde vrouwen, die sinds lange, lange jaren met hun beiden een mager bestaan voerden in 't kroegje op de kruising van den Weerlöer grintweg en de trekvaart, kwamen op denzelfden dag te overlijden.

„Zoo Simon, nou zul jij van de zomer toch nog wel 'n andere knecht huren motten," zei Jaap toen hij van 't overlijden van het tweetal hoorde, „dat huisje van die oudjes zal ik toch in elk geval wel betalen kennen, 't is 'n oud nest en nering is d'r zoo goed als niet meer bij."

Neen, nering was er niet meer bij. Voor de gezelligheid ging niemand naar de sloven van diep in de tachtig, die van Nieuwejaarsdag tot Oudejaarsavond zich met totaal niets anders schenen bezig te houden dan met het breien van kousen, en de goede kwaliteit van de waar welke ze verkochten haalde evenmin iemand over om haar de klandizie te gunnen, daar ze op iedere liter jenever dien ze verkochten, graag zoo veel mogelijk verdienden en er daarom zoo lang water door knoeiden, dat alle pittigheid er uit verdwenen was.

Voor de nering zou dus niemand veel betalen en 't huisje, waaraan schilder noch timmerman een cent verdiend hadden, de laatste vijfentwintig jaren, zou zeker evenmin veel liefhebbers trekken als het verkocht werd.

Maar Jaap durfde 't best aan om daar te beginnen. Als er in dat kroegje iemand als kastelein kwam, die goeie waar verkocht en slag had om met de menschen om te gaan, móest het een goed zaakje worden, want een betere ligging voor een stuiversgelegenheid viel er moeilijk te bedenken: tien minuten gaans buiten Malsum, aan den drukken Weerlöerweg en aan de trekvaart, neen, als 't daar niet ging, zou 't nergens gaan. Je woonde er dicht genoeg bij 't dorp om door leegloopende Malsumers begunstigd te worden, de Malsumers die in Weerlo of de Weerlöers die in Malsum iets te doen hadden, kwamen onderweg ook al gauw eens bij je opsteken en in den wintertijd, als er een ijsbaan op de trekvaart lag, zat je midden in 't goudland: in twee stappen waren de schaat-

Sluiten