Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2s

JAAP STUURMAN ALS LANDKRAB.

ga 'k dadelijk nog even met 't uithangbord naar Klaas Kwast," zei hij, toen hij klaar was met zieh te onderzoeken.

„Kun je dat ook zelf niet klaar spelen?" vroeg Trien.

„Nee, daar wou 'k 'n kof op hebben met volle zeilen en 'k zie geen kans om die d'r op te prakkizeeren, daar moet die verver z'n kunsten maar es op vertoonen."

Hij wiesch zijn handen, nam 't groote ijzeren uithangbord, hem den vorigen dag door den smid thuis bezorgd, onder den arm en ging naar 't dorp, naar Klaas Kwast, den schilder.

„Zoo Klaas," begon hij, nadat hij de werkplaats was binnen gegaan, waar hij den schilder bezig vond met 't afschuren van een rijtuig, „laat die wagen nou maar es 'n poosje staan en hoor es wat ik voor je te doen heb."

„Ja, vertel maar op, ik ken best praten en breien tegelijk," zei Klaas, ijverig doorgaand met zijn geschuur.

,,'k Heb hier m'n uithangbord jong, en daar wou 'k aan weerskanten graag 'n kof op hebben met volle zeilen, wit op 'n zwarte ondergrond, zqu jij kans zien om dat er op te maken?"

,,'n Kof?" vroeg Klaas.

„Ja, 'n kof — je weet toch hoe die d'r uit ziet?"

„Ja, 'k geloof 't wel," zei hij moedig. Hij had nog wel nooit zoo'n ding gezien, daar hij een Malsumer jongen was en nooit verder was geweest dan bij den versten klant, die vroeger door zijn ouden baas en nu, sinds jaren al, door hem bediend werd, maar hij kon wel nagaan hoe 't er uit moest zien. Binnenschepen, onverschillig hoe ze heetten, geleken immers allemaal op elkaar en met zeeschepen zou 't natuurlijk precies eender zijn. Nu, en een zeeschip had hij dikwijls genoeg gezien: ieder najaar kwam er uit Delfzijl meermalen een mosselschuit in de Malsumer haven.

„Mooi, daar ben 'k blij om, dan heb ik 't je niet uit te leggen, daar heb 'k toch niet veel slag van," zei Jaap, „wanneer kun je klaar wezen?"

„Moet er aan beide kanten zoo'n ding?"

„Ja, natuurlijk, 't bord komt toch aan beide kanten te zien!" „Nou, kom dan over zoo'n dag of acht maar es terug. „Kan 't niet wat vlugger?" „Nee, as 't goed worden zal niet."

Sluiten