Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAAP STUURMAN ALS LANDKRAB.

31

ten voet en als een nette kasteleines stond ze in de tapkast, toen Klaas binnen kwam.

Jaap was in den tuin bezig, kwam op Triens waarschuwing dat de schilder er was, vlug naar binnen. Hij was nieuwsgierig hoe zijn koffen er nu uit zouden zien.

De groote ijzeren plaat die Geert hem overgaf draaide hij om en om, bromde dat de dingen die hulpeloos midden in een groote, zwarte ruimte zweefden, nóg veel meer op mislukte modderschuiten dan op behoorlijke koffen geleken, maar hij nam toch genoegen met het werkstuk. Want Trien, die in haar jeugd beter onderlegd was dan hij en zich nu nog in staat vond om te ontcijferen wat met drukletters geschreven was, zei dat ieder der twee schuiten volgens het onderschrift een zeilende kof bedoelde te zijn. Dat was hoofdzaak voor Jaap, nu hij wist dat Klaas Kwast tóch niet in staat was om een kof te schilderen waaraan je kondt zien dat hij dien naam droeg. Hij betaalde 't schildersloon, hing dadelijk den volgenden morgen zijn wapenschild aan de stang, dagen tevoren al door den smid boven de voordeur aangebracht, en ging dan naar Malsum om den omroeper opdracht te geven voorde mededeeling dat Jaap Loos zijn café „de Zeilende Kof" had geopend en om de gunst van alle uitgaande Malsumers verzocht.

***

't Ging slap in „de Zeilende Kof," dien eersten zomer. Er kwamen wel bezoekers, menschen die van 't eene dorp naar 't andere gingen en daar tóch passeerden, schippers die in de buurt in lossing waren en jenever aan boord haalden om wat minder last van de warmte te hebben, pleiziervisschers die door 't lange kijken naar hun dobbers wat draaierig begonnen te worden en daarom eens gingen opsteken bij den nieuwen kastelein. Maar Jaap had zich van zijn kasteleinschap méér voorgesteld. Van 't eerste oogenblik af dat hij zijn kroeg gekocht had, had hij zich in gedachten zelf zien zitten, eiken avond opnieuw, te midden van een tiental stamgasten, rookend zoo hard 't hem lustte en verhalen vertellende uit zijn zeemansleven. Een groote moffenpijp had hij in de stad gekocht, toen hij daar toch was voor 't inslaan van zijn meubels en 't rooken daaruit ging van 't begin af uitstekend

Sluiten