Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VROUW

DOOK

DOBOTHEE BUYS.

X.

De dagen schoven roezig voorbij, als met korte schokjes, in kleine feestelijkheden. De dag van het trouwen naderde al.

Herman kwam in de verlovingsdagen veel, toch kon Josien zelden ongestoord met hem samen zijn; ze wist niet of het haar hinderde, of het haar vreugd benam

En aldoor het huis vol vreemden, familie, kennissen, het leek niet meer het oude rustige thuis, eer een druk mondain hotel, ergens ver weg.

Overal geurden bloemen, ruikers, manden vol. Josien lette ei nauwelijks op, vreemd, anders hield ze zoo veel van bloemen. Nu welkten ze weg, ze zag er niet naar.

Ze kreeg veel mooie en kostbare geschenken, en ook die ze liever niet had gehad. In haar lichte japon liep ze rond, iedereen zei haar lieve dingen. Als ze een oogenblik aan zich zelf werd overgelaten, streek ze soms de hand langs het voorhoofd en staarde vaag verwonderd om zich.

't Leek haar of ze zich nooit heelemaal wakker voelde, al deze

dagen een gewaarwording, alsof je uit een schaduwige zijstraat

onverwacht staat op een open plein; zon en wind gaan daar goudwapperend om, hoog boven je, vanuit een grauwe toren, klateren klokketonen op je neer....

Dan stond daar al de morgen van het trouwen.

De dag was goud en blauw, als alle dagen daarvoor goud en blauw geweest schenen.

Josien, in tailor-made mantelkostuum, de schuimig witte kanthoed op het blonde haar, wachtte op Her.

Sluiten