Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6S

TWEEDE VROUW.

— Kind, zei Hattinck opeens, willen we eens omkeeren? Ik moet naar m'n patiënten....

Josien hoorde afgetrokken zijn vraag aan, ze nikte zwijgend. Maar ze keerde nog niet dadelijk om, bleef naast hem voortloopen, onbewust hem voortstuwend. En allengs leek het haar onduldbaar, dat hij haar nu, midden in haar mooie verwachtingen, wilde laten steken en teruggeleiden naar het eenzame huis.... Zooiets vermocht toch enkel maar een man te doen, die alleen aan zichzelf, aan zijn werk denkt, en niet kon voelen wat er in zijn vrouw omging.... Een verkilling gleed haar door de leden, ze werd stijf ervan en stroef van stem, nu ze verzuchtte:

— Kun je heusch nog niet een beetje blijven, ik vind het zoo heerlijk samen en de ochtend is zoo mooi.... ?

— Even kan ik nog wel blijven, zei hij verteederd. Hij streelde met zijn vingers de fijne pluisharen in haar hals, zag haar lachend in de lichtende oogen.... Meteen trok hij zijn horloge uit den zak.

Die kleine beweging van hem,geheel den praktischen man aangevend, verkilde Josien geheel; ze wendde het hoofd af, en wachtte zijn antwoord, of het een vonnis was.

— Het is al laat, zei hij kalm, veel later dan ik dacht....

— Goed, antwoordde ze even kalm, ga maar, ik vind het huis wel alleen. Tot straks dan.... hoe laat kom je?

— Tegen twaalven.... Het kan ook wel half één worden, lachte hij nog, en aarzelde.

Ook Josien aarzelde, haar koelheid al weer verwarmd door het besef, dat hij zijn plichten had te volbrengen en niet hard of bot tegen haar handelde, maar enkel zóó deed omdat hij nu eenmaal niet anders kon. Dan gaf ze hem vluchtig de hand, keek hem in de oogen en keerde zich om, vast van pas. Nee, ze mocht zich niet geraakt toonen, heel klein was dat van haar, hij toch haar allerliefste, van wien ze zooveel hield....

Ze hoorde, terwijl ze voortging, zijn treden op den weg en wendde zich nog even om. Ook hij, of hij het voelde, had zich omgekeerd, en ze wuifden elkaar toe, beiden gelukkig erom, en liepen weer voort.

Langzaam drentelde Josien nog wat voort over de zonnige zandige paden. Maar het alleen loopen verveelde haar gauw, 't leek haar toe, of alles er doodscher uitzag, minder stralend, nu hij

Sluiten