Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

TWEEDE VROUW.

de paden, de vlakke groene grasperken, de vroeg-bloeiende heesters.

— Dokter heeft er ook geen kosten aan gespaard.... voegde ze toe, en nam haar werk weer op.

— Ja, het is hier droge grond, praatte Josien lief mee om de huishoudster op gang te houden. Ze wou nu eens niet alleen

zitten, wie weet hoe Her zich verlaatte ze zag hem opeens

duidelijk voor zich, met z'n zachten oogopslag en z'n gebruind voorhoofd. Met een glimlach zei ze:

— Ik heb nooit geweten, dat m'n man zoo veel hield van tuinieren. ... Ik meende dat hij altijd in zijn werkkamer zat, in de boeken.

De huishoudster keek niet op van haar bezige handen; droog legde ze uit:

—■ Het was niet voor dokter zelf, mevrouw hield zooveel van den tuin....

— O ja....

Josien zei het gedachtenloos. Maar als een scherp vocht, dat niet dadelijk inwerkt, begonnen dan de woorden op haar in te

branden; mevrouw hield zooveel van den tuin Natuurlijk,

hoe had ze het kunnen vergeten voor een oogenblik, hier, in deze omgeving, waar elke steen, elke plant, elk plekje grond het haar leek tegen te schreeuwen: een ander heeft hier voor je geleefd, geloopen, liefgehad, een ander! een ander!

Als een te strak gespannen snaar, die trilt en afknapt, zoo voelde ze haar geluks-extase van dezen morgen vervluchtigen, vergaan Ze gaf er zich geen rekenschap van. Dof bleef ze voor

zich uitkijken, terwijl naast haar op de bank de oude huishoudster zwijgend en regelmatig de naald door het witte linnen haalde en rondom hen de lente hoogtij vierde.

XVI.

Dokter Hattinck, zoo vroeg al weduwnaar, en nu weer geheel naar zijn zin hertrouwd, genoot ten volle van het jonge leven, dat zich in zijn eenzaam huis opnieuw ontwikkelde en hem aan zijn eenzelvigheid onttrok.

Sluiten