Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

TWEEDE VROUW.

dokter, haar heerlijken man, telkens als ze hem zag naderen doorgloeide haar de zaligheid van hem te zijn, zijn eigen vrouwtje dat hier zoo veilig met hem samen woonde, alle de lichte dagen en alle de koesterende nachten. En maar heel, heel vaag gleed daar soms tusschen door de herinnering aan die eerste kleine vrouw, die haar hier in huis was voorgegaan....

Maar die nare gedachten verdreef ze meestal terstond. Alleen de levenden hadden recht op het leven, zij zou hem nu gelukkig maken, hem doen vergeten zijn verlies, dat behoorlijke tengere zwart-oogige vrouwtje, dat hem evenzeer had bemind als zij hem thans beminde.... Hij verdiende het volkomen!

O, hoe somber moest het al die dagen, die weken, die maanden hier geweest zijn in dit sombere groote huis, en hoe geduldig had hij alles verdragen, wachtend op het oogenblik dat een ander voor hem zich zou opdoen... En die andere, dat was zij, zijzelve en geen andere, zij was het geweest die onbewust voor hem trad, toen hij, uit louter zucht om zich van zijn doffe smart te ontlasten en een oogenblik zich te vertreden, een bezoek uit oude vriendschap bij haar ouders had gebracht en haar daar, als bij toeval, ontmoette. Hoe herinnerde ze zich nog, hoe ingetogen hij deed, zijn smart niet willende laten blijken door luchtig over allerlei mondaine onderwerpjes te spreken, zoo heelemaal niet de ernstige dokter, zooals ze hem nu leerde kennen, heelemaal ook niet een man die behagen wilde, maar die toch behaagde, ondanks zichzelf door zijn mooie vertrouwlijke stem, en door het waas van droefgeestigheid, dat zich telkens spreidde over zijn donkere fluweelige oogen.... O, 't was een heerlijke taak die ze zichzelf oplegde, om hem gelukkig te maken, en door in dit gelukkig zijn van hem haar eigen geluk te vinden.... Alleen, dat hij nu toch niet die kamers wilde veranderen, dat hij haar als een nukkig kind behandelde als ze erover sprak, dat hinderde haar voortdurend, 't Bracht haar opnieuw in het geheugen den eersten dag van hun huwelijksreis, hoe hij toen een volle coupé koos om haar te onttrekken aan de eigen overgevoeligheid. Dat was misschien heel verstandig van hem geweest, maar als hij dan alles zoo goed wist, waarom begreep hij ook niet, dacht hij er zelfs niet eens over dat die oude kamers, waarin hij met zijn eerste vrouw had geleefd, bij haar vreemde gedachten moesten oproepen, dat het haar moest

Sluiten