Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

TWEEDE VROUW.

beefde. Nu keek ze haar moeder aan, in een hunkering naar begrijpen, naar meevoelen.... Maar ze zag het blank- en blos gezicht onder den heel blonden haarkuif onbewogen, de koele oogen weerspiegelden geen enkele aandoening.... Dan dwaalden haar blikken schichtig rond in het aangroeiend duister, dat al het teere blauw van meubelen en tapijt herschapen had in een vaal grauw. Enkel op het lage bankje blikkerde nog de zilveren tafelschel in het laatste lichtgeglimmer.

Mevrouw Erzij schokte luchtig de gevulde schouders.

— Ja, dat is dwaasheid, je mag daar vooral niet aan toegeven. Ik kan me voorstellen dat je bang bent, maar dan dient daarvoor ook een reden te bestaan, en die bestaat niet, je erkent het zelf... Je hebt alleen angst voor het huis, voor de kamers.... Je zenuwen zijn van streek, kindlief, Herman moet je maar eens wat voorschrijven. Natuurlijk, een vrouwtje in jouw positie....

— Och moeder, dat duurt nog zoo lang!

— Het eene vrouwtje weet daar meer van dan het andere. Je hebt het hier ook wel wat stilletjes, als het kindje er eenmaal is, wordt dat vanzelf beter, dan raakt al het andere op den achtergrond.

Josien luisterde nauwelijks. Ze tuurde in den tuin, zie, hoog daarboven was nog blank licht, maar beneden, onder de zware boomkruinen, verdikte zich al het duister. Eigenlijk moest altijd de zon schijnen, zoo armelijk voelt zich een mensch zouder het heerlijke zonlicht....

— Daar komt Herman, zei mevrouw Erzij opgewekt.

Vlug stappend kwam de dokter binnen. — O wat is het hier al donker, ik zal de kaarsen aansteken, zóó! Wat krijgen we te hooren, Josien?

— Wat je wilt, antwoordde ze zacht en stond op.

— Dan maar weer die berceuse!

— Wat houdt hij toch van wiegeliedjes, plaagde mevrouw Erzij schalks. Ze zette zich gemakkelijk in haar stoeltje en bereidde zich voor tot luisteren.

Josien voor de piano, legde de handen op de toetsen. De gele kaarsschijn verblankte haar gezicht, deed haar glad haar glinsteren als van goud overpoeierd. Welluidend doorruischten de tonen het kleine vertrek. Dicht naast de piano, zijn donker hoofd

Sluiten