Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VROUW.

147

„M'n liefste, als je dit leest

„Het is een brief, zei Josien halfluid.

Een vreemde beklemming kwam over haar, weer bekroop haar een gewaarwording of ze zich niet alleen bevond, of scherpe oogen elk van haar bewegingen volgden. Haar vingers trilden, terwijl ze de blaadjes omsloeg, om naar de onderteekening te zien. Er was er geen. De brief, niet voleindigd, hield op midden in een zin. Doch even zeker als wanneer de naam „Edith" er had onder gestaan in letters van vuur wist ze, dat die brief van haar was, van de andere.... de doode vrouw....

De kin in de hand gesteund, bleef ze roerloos zitten nadenken, de oogen star op de grillige lettertjes, zonder dat één woord ervan tot haar doordrong. Moeilijk peinsde ze: 't is voor Herman, dat ze dit schreef.... Waarom maakte ze dan den brief niet af, dat hij hem kon lezen, waarom bleef ze steken, middenin.... ? En meteen al antwoordde ze zichzelve, klaar alsof een ander het haar voorzei:

— Ze maakte dien brief niet af, omdat ze het niet meer kon.... Omdat de dood het haar belette, de dood!

Een huivering doorsidderde haar. Ze schudde die van zich af, lezen wilde ze, weten.... Met haar koude hand greep ze het ritselend velletje en zette er zich mee voor het venster. Als in aarzeling bleef ze nog even naar buiten staren onder de lage

lucht scheerde een vlucht vogels, zwarte stippen in het alom grijze, een naargeestig gekras van kraaien drong van veraf tot haar door. Ze moest zich haasten, schoot het door haar heen, straks viel de schemer, en mee naar beneden nemen kon ze den brief niet. En ineens zette ze zich tot lezen:

,.M'n liefste, als je dit leest lig ik al op het kleine kerkhof bij de hei, dat ik zoo droevig vond, zoo kaal, zonder groen of bloemen. ... Maar dat is het niet, waarom ik je schrijven ga, weet ik eigenlijk zelf wel waarom ik dezen brief aan je begin? Ik wil je zeggen dat ik van je hou, omdat je goed bent en altijd geduld hebt gehad met me, met m'n grilligste buien. Ik hou van van, van je zachte oogen, van je mond en van je handen die altijd zoo vast en zoo warm zijn. Van je stem hou ik, die me kalm maakt en gelasten, als ik het zou willen uitschreeuwen hoe ellendig ik ben, omdat ik sterven moet. Het sterven zou niet wreed zijn, als ik al een

Sluiten