Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VROUW.

157

netjes naast elkaar, even nam ze een breede streng zijde in de hand, gevlochten uit allerlei kleuren, en oogde bewonderend over de fraaie tinten die geleidelijk in elkaar schenen over te gaan. Dat moest zoo goed wezen voor de oogen, het staren op gekleurde zijde, herinnerde ze zich eens ergens te hebben gelezen. Enkele tellen, de oogen wijd, bleef ze turen naar de soepele streng in haar geheven hand, dan, glimlachend om eigen speelsch gedoe legde ze die weer neer en nam het witte wiegenkleed op, waarop ze tusschen teergroene blader kransjes rose roosjes borduurde. Een heel werk nog! Mooi zou het staan zoo een wit kleed, wel gauw smoezelig, maar ze had geen andere tint willen kiezen. Wit, dat hoorde bij een kindje, wit immers het zinnebeeld van onschuld, van reinheid....

Telkens liet ze de naald rusten, om naar buiten te zien in den tuin, waar de gure wind al feller doorheen vlaagde. Een akelig geluid gaf dat in de ontredderde boomen, als van onderdrukt kreunen, dat eindelijk tot uiting komen moet. Zoo gesmoord kermde 't, kreunde 't, of ineens, niet meer in te houden, een langgerekte gil de stilte zou vaneen scheuren En 't was of alles

daarop wachtte: de lucht, zoo huivergrijs en kil, en de harde zwarte grond, en de geduldige heesters.... Hoor, hoor 't kreunen, 't kreunen....

Josien rilde van de eigen verbeelding, en plotseling moest ze nu denken aan het kleine kerkhof, ginds aan den heidezoom. Daar lag ze, de eerste vrouw, de eerste liefde, en de wind streek over haar graf en gierde evenals hier. Wel vreeselijk, zoo jong dood te gaan! Hè, nee, nu niet daaraan denken, beter te werken....

Haar fijne vingers haalden een poos vlijtig de naald door het borduurwerk. Straks zou het donker worden..

— He ja, dat vind ik lief van u, dat u hier komt zitten, zei ze tegen de oude huishoudster, die de kamer binnentrad met een mandje onder den arm. Dan is het hier niet zoo griezelig.

De huishoudster trok zwijgend een stoel zoo dicht mogelijk voor het raam, en zette het mandje met naaiwerk naast zich op den vloer. Ze haalde er wat goed uit en begon dit te verstellen.

— Dat hoorde ik toch eigenlijk te doen, zei Josien, toekijkend Als ik er maar plezier in had.... ik ben er ook zoo onhandig mee U moet het me maar eens leeren.

Sluiten